De Gulden Opvoedregel

In hoeverre komt de Gulden Regel tot zijn recht bij een aantal gangbare gebruiken in de omgang met kinderen? Jan Hunt schreef erover en ik mocht haar artikel vertalen.

Behandel anderen zoals u door hen behandeld wilt worden.’

De Gulden Regel heeft zijn uitmuntendheid als moreel richtsnoer sinds oude tijden bewezen. Griekse en Joodse denkers, Confucius, Jezus en andere leermeesters in de ethiek hebben allen deze regel uitgedragen. De regel wordt met ‘Gulden Regel’ aangeduid, om zijn eervolle plaats als hoogste levensregel aan te geven. Welke andere regel dan de Gulden Regel zou nuttiger kunnen bij de dagelijkse omgang met kinderen? Een variant van de Gulden Regel voor omgaan met kinderen zou zijn: ‘Behandel je kind zoals je zelf behandeld zou willen worden als jij je in zijn of haar positie bevond’.

Het kan verhelderend zijn om te kijken of deze ‘Gulden Opvoedregel’ tot zijn recht komt bij een aantal gangbare disciplinaire methoden die opvoeders hanteren, terwijl we nu een man en vrouw in de positie van volwassene en kind plaatsen.

  • Fysieke straf
    Een vrouw morst per ongeluk koffie op het nieuwe colbert van haar man. Haar man geeft haar een tik.*
    Denk je dat deze vrouw in de toekomst behoedzamer zal omgaan met de spullen van haar man? Of zou ze misschien eerder geneigd zijn om aangifte te doen van huiselijk geweld?
  • Time-out
    Een man begint te twisten met een vriend die op visite is. Zijn vrouw zegt: “Het is niet aardig om te ruziën met je vriend! Dit wil ik niet hebben! Ga maar een half uur naar je kamer!”
    Zal de man voortaan minder ruzie zoeken? Zal deze gênante situatie hem één en ander duidelijk maken? Zal hij zich gemotiveerd voelen om zijn vriend excuses aan te bieden?
  • Consequenties
    Een vrouw is op pad met haar auto en vergeet te tanken, ze komt zonder benzine te zitten. Ze belt haar man en vraagt of hij wat benzine wil kopen en het haar wil brengen. Hij weigert, hij legt uit dat ze zal moeten leren van ‘natuurlijke consequenties’ zodat ze voortaan wat verantwoordelijker zal zijn.
    Zal deze vrouw een volgende keer als de tank leeg raakt eraan denken deze te vullen? Of zal ze zo in beslag zijn genomen door fantasieën over een echtscheiding, dat ze minder bezig is met onbelangrijke zaken zoals onderhoud van een auto?
  • Tellen
    Een vrouw herinnert haar man, die de krant leest na het avondeten, dat het zijn beurt is voor de afwas. Hij mompelt: “Hmm… hmm..,” en blijft lezen. De vrouw zegt beslist: “Je moet nu de afwas doen! Ik tel tot drie: één, twee…”
    Zal deze man nu graag willen samenwerken met zijn vrouw? Of zal hij tot de conclusie komen dat hij met een krankzinnige getrouwd is? Zou hij zich, op zijn minst een klein beetje, geliefd voelen?

Op deze manier bekeken, lijken al deze disciplinaire methoden belachelijk. De verklaring voor dit verschijnsel is dat men in onze maatschappij op een zeker moment heeft besloten dat kinderen anders reageren op bepaalde gedragsprincipes dan volwassenen. Dit is een zeer schadelijke misvatting. De realiteit is dat kinderen, net als volwassenen, het liefst willen samenwerken met diegenen die hen met vriendelijkheid, respect, begrip en waardigheid bejegenen. De enige ‘methode’ die zinnig is binnen menselijke relaties – of het nu om kinderen of volwassenen gaat – is onvoorwaardelijke liefde.

Foto: Matt Hoffman
Foto: Matt Hoffman

We hebben in onze samenleving de verkeerde vraag gesteld. We vroegen: “Welke regels werken voor kinderen en welke voor volwassenen?” De realiteit is gelukkig veel eenvoudiger: alle mensen gedragen zich naar hoe ze behandeld worden. Leeftijd maakt daarbij geen enkel verschil.

Ouders die hun kinderen willen helpen opgroeien tot verantwoordelijke en liefhebbende volwassenen, kunnen niets beters doen dan die ene Gulden Opvoedregel voor ogen houden: ‘Behandel je kind zoals je zelf behandeld zou willen worden als jij je in zijn of haar positie bevond’. Deze regel is simpel, duidelijk en effectief. We hoeven ons dan ook niet meer af te vragen vanaf welke leeftijd deze regel toepasbaar zou zijn. Deze regel past elk mens.

*In Nederland is het sinds 2007 bij de wet verboden om kinderen fysiek te straffen (noot van de vertaler).

Auteur: Jan Hunt
Oorspronkelijke titel: The Parenting Golden Rule 
Vertaling: Heleen Bos (voor KROOST)

Jan Hunt, M. Sc., woont in Gabriola, Canada. Ze biedt wereldwijd begeleiding met een focus op ouderschap en thuisonderwijs en is directeur van The Natural Child Project. Ze is auteur van de boeken The Natural Child – Parenting from the Heart en A Gift for Baby

Geboren Pestkoppen

Het is te gemakkelijk en heel verleidelijk om pestkoppen te veroordelen vanwege hun pestgedrag, stelt psycholoog Robin Grille. In dit artikel geeft hij weer hoe geweld in de vorm van pesten ontstaat en hoe slachtoffers van pesten én pestkoppen geholpen kunnen worden. Hierdoor wordt ook duidelijk hoe we pesten in de toekomst kunnen helpen voorkomen. 

Onlangs was er veel media-aandacht voor het fenomeen ‘pesten op school’, en dat is het vieren waard. Eindelijk begint onze wereld het lot van kinderen, zij die de minste macht hebben in onze samenleving, serieus te nemen. De initiatieven die op diverse scholen gestalte krijgen, zijn zo ontworpen dat men in probleemsituaties kan ingrijpen door zichtbaar te maken wie de pestkoppen en wie hun slachtoffers zijn. Daarna wordt er advies en training gegeven ten behoeve van effectievere sociale vaardigheden. Er zijn programma’s ontwikkeld om pestkoppen op school alternatieve gedragspatronen, meer impulscontrole, conflictoplossende en onderhandelingsvaardigheden aan te leren. De slachtoffers van pesten worden gesteund en beschermd en krijgen, indien praktisch haalbaar, een weerbaarheidstraining.

Hoewel deze symptoomgerichte benadering een aantal gunstige effecten oplevert, is het slechts een gedeeltelijke oplossing van het probleem. Als we pogingen ondernemen om geweld van scholen te verdrijven door ons uitsluitend te richten op het aanpakken van de pestkop, veronderstellen we wellicht dat hij of zij het ‘slechte kind’ is, dé aanstichter van het geweld. Het is te gemakkelijk en heel verleidelijk om pestkoppen te veroordelen vanwege hun pestgedrag. We pikken zo’n kind eruit, labelen het als kind met een gedragsprobleem, of wellicht een aandachtsstoornis. De kans is aanwezig dat iemand ergens in een laboratorium op zoek is naar een ‘pestgen’. Wellicht zullen zelfs farmaceutische bedrijven zoeken naar een biochemische verklaring voor pesten: “Wat zullen onze aandeelhouders opkijken als ze horen dat we een regulerend medicijn voor pestkinderen hebben ontwikkeld!”

Tekening door Sara, 18-6-16
Tekening door Sara, 18-6-16

Dit kind werd op de één of andere manier pijn gedaan en reageert die pijn nu af op anderen

Als we een kind dat anderen pijn doet, de volledige verantwoordelijkheid geven voor het agressieve gedrag, is dat een vorm van wraak; op die manier pesten wij de pestkop. In feite negeren we dan nog een keer dat een pestkop lijdt; dit kind werd op de één of andere manier pijn gedaan en reageert die pijn nu af op anderen. De realiteit is dat geweld niet voortkomt uit individuen; geweld is een symptoom van gezinnen die het moeilijk hebben, misschien wel met gezinsleden die elkáár pijn doen.

Als we geloven dat betere sociale vaardigheden aangeleerd kunnen worden, kunnen we er niet omheen dat gewelddadige trekken ook worden aangeleerd. Dit kan ongemakkelijk zijn voor mensen die het idee koesteren dat mensen nu eenmaal met een ‘slechte’ natuur worden geboren. Een groot aantal onderzoeken, wereldwijd herhaaldelijk opnieuw gedaan, heeft aangetoond dat geweld thuis (zowel fysiek als verbaal) gewelddadige kinderen voortbrengt. In een Australisch onderzoek werd een verband gevonden tussen disfunctionele gezinnen en gewelddadige kinderen (Rigby K, Journal of Family Therapy, mei 1994). Er zijn weinig ideeën die zoveel steun krijgen vanuit de onderzoeksliteratuur, en toch is er verbazingwekkend genoeg weinig aandacht voor de gezinnen waarin pestkoppen opgroeien.

Pesten is het best uit te leggen als een vorm van aangepast gedrag, dat voordelen oplevert binnen een bepaalde gezinscultuur. Een studie door A.C. Baldry en D.P. Farrinton, gepubliceerd in de Journal of Legal and Criminological Psychology (september 1998), onderzocht 11-14 jarige schoolkinderen die zichzelf als pestkop en/of slachtoffer hadden betiteld. Beide typen kinderen kwamen uit gezinnen waar een autoritaire opvoedstijl werd gehanteerd. Dat is zo’n stijl van: “Doe wat je wordt opgedragen, want anders zwaait er wat! Geen vragen!” Een autoritaire opvoedstijl wordt gekenmerkt door straffen, door een onwrikbaar machtsverschil in het voordeel van de ouders, en door het ontbreken van uitleg, onderhandeling of overleg.

De sociale leertheorie is een algemene stroming binnen de psychologie, die ervan uitgaat dat gewelddadig gedrag wordt aangeleerd. Ondersteund door een enorme hoeveelheid aan onderzoeksgegevens verklaren voorstanders van de sociale leertheorie dat kinderen voornamelijk geweld aanleren door gewelddadige rolmodellen te imiteren. Dit betekent dat ouders die gebruik maken van lijfstraffen of verbale mishandeling om hun kinderen ‘onder controle te houden’, onbewust fungeren als primaire rolmodellen voor pestgedrag (Bandura 1973, Baron 1977). Andere gewelddadige rolmodellen, de secundaire bronnen, zijn bijvoorbeeld oudere broers en zussen, geweld in de media, leeftijdsgenoten en zelfs leerkrachten. Spatz-Wisdom maakte een gedegen analyse van studies waarbij was onderzocht of geweld transgenerationeel is. Zij vond substantiële steun voor de opvatting dat geweld wordt voortgebracht door geweld. Er zijn maar weinig zaken waarover psychologen het over de gehele linie zo eens zijn met elkaar. Het verband geldt zelfs voor verbaal geweld, zoals onderzoekers (Y.M.) Vissing et al. (artikel in: “Child Abuse and Neglect”, 1991) ontdekten. Uit hun onderzoek bleek dat kinderen die thuis meer verbaal geweld te verduren hadden gehad (die werden uitgescholden of beledigd) in hogere mate crimineel gedrag vertoonden en agressiever waren tegenover anderen.

De lijst met resultaten is oneindig lang, met onderzoeken zoals dat van McCord’s (1979) onder 230 jongens. Daaruit bleek dat de onderzoeker in 3/4 van de gevallen in staat was om crimineel gedrag nauwkeurig te voorspellen op basis van een gewelddadige opvoeding. Sheline et al. (1994) ontdekten dat de ‘gedragsproblemen’ bij basisschooljongens consequent terug te voeren waren op een gebrek aan genegenheid van de ouders, en op het gebruik door die ouders van lichamelijke vormen van straf, zoals slaan. In een onderzoek onder 570 Duitse gezinnen vonden Muller et al. (1995) een direct verband tussen strenge straffen en antisociaal gedrag bij kinderen.

Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom kinderen die lijfstraffen krijgen, pestkoppen kunnen worden

Onlangs heeft psycholoog Elizabeth Gersoff (2002) de enorme taak op zich genomen om alle onderzoeken te verzamelen (88 in totaal) die de afgelopen 60 jaar zijn gedaan naar de effecten van lijfstraffen. Ze richtte zich uitsluitend op studies die gebruikelijke vormen van slaag in beschouwing namen; studies die zich richtten op vormen van slaag die lichamelijk schade veroorzaken of die wettelijk verboden zijn, werden uitgesloten. Het bewijs dat zij in al deze onderzoeken vond, was eenduidig en overweldigend: zelfs gebruikelijke vormen van slaag kunnen kinderen agressiever maken. We kunnen onszelf daarom niet langer voorhouden dat de gebruikelijke vormen van slaag niet gewelddadig zijn, omdat deze maar al te vaak leiden tot agressiever gedrag bij kinderen.

Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom kinderen die lijfstraffen krijgen, pestkoppen kunnen worden. Al in 1977 concludeerden onderzoekspsychologen Walters en Grusec ‘dat fysieke straffen… leiden tot toename van agressief gedrag, en dat het mechanisme voor deze toename imitatie is’ (Walters en Grusec 1977). Onbewust fungeert de ouder die slaat of tikken uitdeelt als een rolmodel voor agressief gedrag. Hoe dit werkt, werd op een vernuftige manier gedemonstreerd door middel van een serie experimenten waarover wordt gerapporteerd in Bandura’s boek uit 1973: ‘Agression: A Social Learning Analysis’. Deze experimenten lieten op illustratieve wijze zien hoe kinderen volwassenen imiteerden, die op een gewelddadige manier met poppen omgingen.

Om te zorgen dat voorbeeldgedrag effectief wordt doorgegeven, moet aan drie voorwaarden worden voldaan. Ten eerste zijn kinderen sterker geneigd rolmodellen na te doen tegen wie ze opkijken of van wie ze houden. Daarom zijn ouders zulke krachtige voorbeeldfiguren. Ten tweede wordt het gedrag van het rolmodel vaker nagedaan als dat gedrag succesvol blijkt. Met andere woorden, de overtuiging dat degene die de macht heeft, gelijk heeft en in zijn recht staat, wordt doorgegeven als degene die fysiek straft, erin slaagt het gedrag van een kind te veranderen, terwijl het machtsgebruik door niemand ter discussie wordt gesteld. De derde voorwaarde voor overdracht van voorbeeldgedrag aan kinderen is dat het gebruik van geweld gerechtvaardigd en bekrachtigd wordt. Anders gezegd is het dus zo dat kinderen meer geneigd zijn agressief gedrag te vertonen wanneer ze ervan overtuigd zijn dat de hardvochtige straf ‘verdiend’ is.

Het is aangetoond dat gewelddadige kinderen uit gewelddadige of verwaarlozende gezinnen komen. Daarover is inmiddels genoeg gezegd. Toch gaat slechts ongeveer de helft van de mishandelde kinderen zelf over tot mishandeling. Hoe komt dat? Degenen die ervan overtuigd zijn dat zij verbaal of fysiek geweld ‘verdienden’, zijn degenen die zelf opmerkelijk vaker gewelddadig zijn. Dit geldt ook wanneer men getuige is geweest van geweld jegens anderen. Bandura (1973) refereert aan een onderzoek waaruit bleek dat kinderen veel vaker gewelddadig gedrag imiteerden dat zij zagen in video’s, als dergelijk gedrag werd goedgekeurd door een volwassene, minder vaak wanneer de volwassene geen commentaar gaf, en nog minder als de volwassene zich afkeurend uitliet over het gewelddadige gedrag in de video. Kinderen die opgroeien in de overtuiging dat de slaag die ze krijgen hun verdiende loon is, vinden geweld in het algemeen meer acceptabel en worden er ongevoeliger voor. Zij zijn degenen bij wie de kans het grootst is dat ze zelf gaan pesten, slachtoffer worden, of allebei.

Een neveneffect van streng straffen is dat het mensen ongevoelig maakt voor hun eigen pijn, en daarmee ook voor de pijn van anderen. Dit proces, dat leidt tot ongevoeligheid voor geweld, is wat de drempel voor het uitoefenen van geweld aanzienlijk verlaagt. Het ongevoelig worden voor geweld begint wanneer een kind dat wordt gelabeld als ‘stout’ of ‘slecht’, deze beschuldigingen en aanvallen op zijn persoonlijkheid gelooft. Over de geestelijke wonden die worden veroorzaakt, groeit een dikke huid, die de diepte van de onderliggende pijn verhult. De pijn en het verraad worden bedekt, geminimaliseerd, gebagatelliseerd, of ontkend. Gevoelloosheid voor de eigen pijn brengt onverschilligheid voor de pijn van anderen met zich mee. Diegenen bij wie de woede overkookt, worden pestkoppen en zij die door angst worden verlamd, worden slachtoffers. Anderen zweven er tussenin; zij zijn geneigd tot vergelding en ze geloven dat gebruik van macht gerechtvaardigd is. Velen onder ons werden als kind gestraft en geslagen; eenmaal volwassen doen we daar luchtig over of beweren we onverschillig: “Het heeft me geen kwaad gedaan!”

De mate waarin volwassenen de neiging hebben het geweld dat ze als kind moesten ondergaan recht te praten of te minimaliseren, wordt huiveringwekkend duidelijk in onderzoek zoals dat van Berger et al. (1988) en Knutson en Selner (1994). Uit deze onderzoeken bleek dat van de deelnemers bij wie was gerapporteerd dat zij zó ernstig waren gestraft in hun kindertijd, dat zelfs ziekenhuisopname nodig was, slechts 43% en 60% (respectievelijk) zichzelf als mishandeld beschouwden. Daarentegen ontdekten Hunter en Kilstrom (1979) dat mensen die openlijk hun woede toonden over het misbruik waaronder zij als kind hadden geleden, statistisch minder geneigd waren het misbruik op anderen over te dragen. Kinderen die geslagen zijn en dus kans hebben om zelf te gaan pesten of het verkeerde pad op te gaan, kunnen worden geholpen door deze kinderen expliciet duidelijk te maken dat de slagen en afranselingen die ze kregen verkeerd waren en dat zij dat geweld niet hebben verdiend.

We moeten goed begrijpen dat pestgedrag een reactie is op machteloosheid

Een holistische en daarmee effectievere manier voor de ‘aanpak’ van pestkoppen op scholen zou zijn om met mededogen de omgeving te onderzoeken waarbinnen het geweld werd aangeleerd. Daarna kan men aan de slag gaan om in samenwerking met de betreffende familieleden de dynamiek in de gezinsomgeving te veranderen. Als geweld aangepast gedrag is dat binnen het gezin werd geleerd, is het onzinnig een pestkop te leren om geen geweld te gebruiken, met vervolgens als enige maatregel hem/haar terug te sturen naar diezelfde omgeving, terwijl zo’n kind niet bij machte is om die omgeving te veranderen. We moeten goed begrijpen dat pestgedrag een reactie is op machteloosheid. Het duiden van pestkoppen als daders is oppervlakkig, want in feite zijn zij slachtoffers. Er is een fundamentele verandering nodig van de manier waarop zo’n gezin functioneert. Die verandering kan worden gerealiseerd door alternatieve vaardigheden aan te reiken voor de autoritaire, straffende machtsmethoden waarmee men in deze gezinnen met kinderen omgaat.

Modellen uit de gezinstherapie die zijn gebaseerd op de Systeemtheorie zijn niet-beschuldigend; ze herkennen en erkennen dat elk familielid zijn of haar best doet met de capaciteiten en hulpmiddelen waarover de betreffende persoon beschikt. Nieuwe opties voor doeltreffender interactievaardigheden kunnen worden aangeleerd, zonder dat er iemand wordt beschuldigd. Waarom maken we er geen beleid van om ouders en verzorgers van pestkoppen standaard op school uit te nodigen? De uitdaging zou zijn om helder te krijgen op welke gebieden ouders steun kunnen gebruiken in stressvolle situaties, hen te trainen in assertieve en niet-autoritaire ouderschapsvaardigheden, en om deze ouders te bekrachtigen in hun ouderlijke rol door hen op basis van samenwerking te betrekken bij de programma’s die worden aangereikt ter ondersteuning van hun kinderen.

Zolang vormen van geweld in het gezin worden goedgekeurd, zullen er pestkoppen zijn

Zolang vormen van geweld in het gezin worden goedgekeurd, zullen er pestkoppen zijn: pestkoppen op scholen, pestkoppen in het zakenleven, pestkoppen in de politiek. Tot dan zullen er ook slachtoffers zijn. Dit is geen onontkoombaar fenomeen; dit is het resultaat van menselijk handelen in de geschiedenis. Historici en antropologen hebben onlangs ontdekt dat tot voor kort, gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis, kinderen extreem gewelddadig werden behandeld (De Mause 1982 en 1988, Blaffer-Hrdy 2001, Boswell 1988). Het is dan ook geen wonder dat geweld zich in zovele gedaanten manifesteert, in elke leeftijdsgroep, en dat de meesten van ons bij vlagen de mist in gaan door onze kinderen gewelddadig te bejegenen, zelfs als we naar geweldloosheid streven.

Het goede nieuws is dat slaan, tikken en verbaal mishandelen van kinderen wereldwijd op hun retour zijn. Tot nu toe zijn er meer dan 10 landen die lijfstraffen in het gezin wettelijk hebben verboden, en nog veel meer landen zijn dat van plan. In de meeste landen is het gebruik van lijfstraffen op scholen inmiddels verboden. Uit een peiling door Gelles en Straus (Journal of Interpersonal Violence, June 1987) bleek dat ondanks dat geweld tegen kinderen nog steeds extreem vaak voorkomt in de VS, het percentage tussen 1975 en 1985 toch met 47% is gedaald. Dit soort ontwikkelingen zijn reden om optimistisch te zijn over het idee dat pesten uiteindelijk een zeldzamer fenomeen zal worden. Deze vooruitgang kan worden versneld als we onszelf blijven herinneren aan het feit dat elke pestkop die we tegenkomen, iemand is die zelf wordt of werd gepest. Daarom is het belangrijk dat we bereid zijn het systeem aan te pakken, in plaats van de symptomen.

Oorspronkelijke titel: Natural Born Bullies (2003)
Auteur: Robin Grille
Nederlandse vertaling: Mieke Bijsterbosch, Marianne Vanderveen-Kolkena en Heleen Bos (2017) voor KROOST 

Bronnen:
Baldry, AC and Farrington DP (1998) ‘Parenting Influences on Bullying and Victimisation’ Journal of Legal and Criminological Psychology Vol 3(2) pp. 237-254
Bandura, A (1973) Aggression: A Social Learning Analysis New Jersey: Prentice Hall
Baron, RA (1977) Human Aggression NY: Plenum Press
Berger, AM et al. (1988) ‘The Self-Report of Punitive Childhood Experiences of Young Adults and Adolescents’ Child Abuse and Neglect Vol 12 pp. 251-262
Berkowitz, L (1993) Aggression, it’s Causes, Consequences and Control NY: McGraw-Hill
Blaffer-Hrdy, Sarah (2001) Mother Nature
Boswell, John (1988) ‘The Kindness of Strangers – The Abandonment of Children in Western Europe from Late Antiquity to the Renaissance’ New York: Pantheon Books
De Mause, Lloyd (1982) Foundations of Psycho-History Creative Roots Inc. New York
De Mause, Lloyd (Ed) (1988) ‘The History of Childhood – The Untold Story of Child Abuse’ Peter Bedrick Books, New York
Gelles, RJ and Straus MA (1987) ‘Is Violence Toward Children Increasing?’ Journal of Interpersonal Violence Vol 2(2) pp. 212-222
Gershoff, Elizabeth (2002) ‘Corporal Punishment by Parents and Associated Child Behaviours and Experiences: A Meta-Analytic and Theoretical Review’ Psychological Bulletin Vol 128(4) p. 539-579
Hunter and Kilstrom (1979) (Reviewed in Spatz-Widom article)
Knutson, JF and Selner, MB (1994) ‘Punitive Childhood Experiences Reported by Young Adults Over a 10-year Period’ Child Abuse and Neglect Vol 18(2) pp. 155-166
Muller, RT et al. (1995) ‘The Interpersonal Transmission of Corporal Punishment: A Comparison of Social Learning and Temperament Models’ Child Abuse and Neglect Vol 19(11) pp. 1323-1335
Rigby, K (1994) ‘Psychological Functioning in Families of Australian adolescent schoolchildren involved in bully-victim problems’ Journal of Family Therapy Vol 16(2) pp.173-187
Sheline JL et al. (1994) ‘Risk Factors for Violent Behaviour in Elementary School Boys: Have You Hugged Your Child Today? American Journal of Public Health Vol 84(4) pp. 661-663
Spatz Widom, C (1989) ‘Does Violence Beget Violence? A Critical Examination of the Literature’ Psychological Bulletin Vol 106(1) pp. 3-28
Vissing, YM et al. (1991) ‘Verbal Aggression by Parents and Psychological Problems of Children’ Child Abuse and Neglect Vol 15(3) pp. 223-238
Walters, GC and Grusec, JE (1977) Punishment San Francisco: WH Freeman

Robin Grille is een psycholoog met een privépraktijk in Sydney, Australië, waar hij individuele psychotherapie en relatietherapie biedt. Robin geeft lezingen en onderwijs over ouderschap over de hele wereld, onder andere sprak hij op de conferentie van Unicef UK in 2015. De artikelen die Robin Grille schrijft worden wereldwijd gelezen. Hij schreef 2 boeken: Heart-to-heart Parenting en Parenting for a Peaceful World en hij schrijft momenteel zijn derde boek ‘Inner Child Journeys’. De websites van Robin Grille zijn te vinden via de volgende links: www.hearttoheartparenting.org en www.our-emotional-health.com.

 

Koester het kind in jezelf – recensie

Er zijn mensen die vinden dat je vooruit moet kijken, niet achterom. Of ze zeggen dat het met hen immers ook goed is gekomen, die tik van vader hier of die schreeuw van moeder daar heeft echt geen kwaad gedaan! Anderen stellen dat het in die tijd nu eenmaal zo ging en hameren op loslaten. Ik ben ervan overtuigd dat zo’n houding voor niemand bijdraagt. Je kunt wel rationaliseren, wegwuiven, vergoelijken of zelfs ontkennen wat jou overkwam, maar dat betekent niet dat de gebeurtenissen uit je jeugd geen rol meer spelen in het hier en nu. Loslaten gaat niet zonder rouw. Graag deel ik met je waarom het zo belangrijk is om je emotioneel bewust te worden van je geschiedenis, en wat mij hierbij helpt.

koester het kind in jezelf
Gevoelens die niet bij het nu horen

Een aantal jaren geleden zocht ik psychologische hulp, in eerste instantie vanwege problemen in de relatie met mijn (nu ex-)partner. De relatieproblemen, waren zichtbaar aan de oppervlakte. Maar in de therapie werd steeds helderder wat er op dieper niveau speelde. Bij onderzoek bleek ik gevoelens uit te leven die voortkwamen uit oude, onvervulde behoeften van het kleine meisje dat ik zelf eens was. Behoeften aan nabijheid, steun, respect, waardering, empathie en voedende communicatie. Gaandeweg leerde ik hoe belangrijk het is om nu, als volwassen vrouw, zelf dat kind in mij te gaan geven wat het destijds niet kreeg.

Adequate zelfzorg 
We zouden ook niet met een verstuikt been blijven wandelen, schrijft Alice Miller in één van haar boeken. We zouden ons been waarschijnlijk eerst goed (laten) verzorgen, zodat het kan genezen. Waarom onszelf dan adequate zorg voor de wonden uit onze kindertijd onthouden, daarmee blijven rondlopen? Oude gevoelens, die zich vaak aandienen in relaties en contacten met anderen (meestal onze eigen kinderen!), hebben ons zoveel te vertellen. Als we de oorsprong van die gevoelens helder krijgen en empathie ontwikkelen voor het kind dat we waren, kunnen we harmonieus en gezond leven. Hoewel deze herinneringen pijnlijk kunnen zijn, zoals het verzorgen van een fysieke wond ook pijnlijk kan zijn, zie ik geen andere optie dan de feiten onder ogen te zien. Te onderzoeken wat er met mij is gebeurd toen ik een klein kind was, te voelen hoe dat voor mij was. Om mijzelf en mijn geliefden te beschermen tegen nog meer schadelijke effecten van het leed uit mijn kindertijd. Om in het hier en nu te kunnen leven.

Tekst gaat verder na de video

De Gordon® training en je persoonlijke geschiedenis
In een training ‘Effectief Communiceren met Kinderen’ wordt het voor ouders heel helder wat bijdraagt voor een kind, en wat niet. We blikken met sommige oefeningen terug op wat we persoonlijk hebben meegemaakt. Juist deze oefeningen kunnen zoveel verduidelijken over wat bijdraagt voor een kind en wat niet. Ook is het zo dat de training ‘Effectief Communiceren met Kinderen’, vooral een praktische training in effectieve communicatievaardigheden is, geen psychologische.

Koester het kind in jezelf
Een boekje wat dieper ingaat op eigen ervaringen uit de kindertijd, wil ik deelnemers van de training en andere ouders van harte aanbevelen. Want wij dragen allemaal verwondingen in ons mee, de één meer dan de ander. Het boekje heet ‘Koester het kind in jezelf’. Op het kaft staat: “Je kunt het kind dat je (mee)opvoedt slechts respecteren als je allereerst ook het kind in jezelf respecteert, kent en begrijpt.” Oorspronkelijk werd het boekje geschreven voor werkers in de kinderopvang, maar de inzichten en praktische oefeningen zijn ook voor ouders in het gezin toepasbaar. Het boekje is geschreven door Theo van der Heijden en Hans Rutgers. De inzichten in het boek zijn gebaseerd op het werk van Alice Miller en Eric Berne. Alice Miller was psycholoog en auteur van 13 boeken, zij is bekend geworden door haar onderzoek naar en haar strijd tegen kindermishandeling. Eric Berne was een Canadese psychiater en grondlegger van de Transactionele Analyse, ook hij schreef meerdere boeken.

Inhoud van het boek
Na de inleiding, volgt in hoofdstuk 1 een samenvatting over het werk van Alice Miller. Miller maakte met haar werk duidelijk dat onder het mom van opvoeding heel veel kinderen onderdrukt, misbruikt en zelfs fysiek, seksueel of geestelijk mishandeld worden. Hoofstuk 2 geeft een uittreksel weer van het werk van Eric Berne. Je vindt een beknopte beschrijving van de verschillende leeftijds-/ontwikkelingsfasen vanaf conceptie tot volwassenheid. Ook maakt dit hoofdstuk duidelijk hoe je als volwassene ten allen tijde kunt kiezen voor een volwassen, respectvolle houding. In hoofdstuk 3 worden praktische, herkenbare casussen over perikelen tussen volwassenen en kinderen uitgewerkt. Hoofdstuk 4 bevat een handleiding voor het schoon en gezond maken van je ‘psychische achterkamer’. In dit hoofdstuk vind je suggesties over hoe je je eigen afweer kunt onderzoeken. Je vindt antwoorden op de vraag hoe je pijnlijke gevoelens uit het verleden kunt ophelderen, verwerken en integreren in je dagelijks leven, in plaats van die te verdringen of uit te leven. Tot slot vind je achter in het boek gereedschappen voor het omgaan met kinderen en volwassenen, een literatuurlijst en informatie over de auteurs.

Het gaat erom de fouten en de miskenningen die hebben plaatsgevonden nu wél haarscherp te zien, de oorzaken daarvan te durven kennen, onomwonden. ~ Theo van der Heijden

Waar het om gaat
Het doel van dit boekje is bewuster te worden van onze ervaringen als kind, daar voeling mee te krijgen. Daarmee beschadig je niemand, je beschermt er juist jezelf én je omgeving mee. Waar het om gaat, is dat we de fouten en de miskenningen die hebben plaats gevonden nu wél haarscherp gaan zien. Het gaat erom de oorzaken daarvan te durven kennen, onomwonden, waarbij onze eigen schaamte en schuld ons níet in de weg staan om helder te kijken en te analyseren.

Als volwassenen geen pijnlijke geschiedenis in zich mee hoeven dragen, zijn ze in staat om helemaal in het nu te leven. ~ Jan Hunt

Kansen   
Dat ik een fysieke, empathische mens bij me had aan het begin van de reis naar het kind in mijzelf, in plaats van een boekje, heeft mijn kansen denk ik positief beïnvloedt. Ik ben er dankbaar voor. Ook zie ik dit boekje als een belangrijke kans, de schrijvers  van ‘Koester het kind in jezelf’ kunnen voor ouders en anderen ook fungeren als voelende medereizigers. Mensen die begrip hebben voor wat jou en mij overkwam, dat niet bagatelliseren, verdoezelen of je ervan afleiden, met alle gevolgen van dien. Mensen die jou juist willen helpen om die liefdevolle en respectvolle relatie met jezelf en anderen vorm te geven.

Wat draagt bij voor jou?
Ik ben benieuwd en lees graag: wat draagt voor jou bij aan het groeiproces om respectvol en sensitief te zijn met het kind in jezelf, met de volwassen vrouw of man die je nu bent, en met (je) kind(eren) en anderen om je heen?

Verdieping
Koester het kind in jezelf 
Waarom liefde zo belangrijk is
Vrij van leugens
Over afweermechanismen

Wat word je wijzer van een Gordon® Training?

Stel, jij kunt wel wat hulp gebruiken met opvoeden. Je voelt je gefrustreerd, je zou dingen wel anders willen aanpakken. Dan heb je de keuze uit verschillende opvoedcursussen. Laten we nu eens zeggen dat de Training Effectief Communiceren met Kinderen op je lijstje staat, dan wil je natuurlijk weten wat je in huis haalt. Wij hebben het voor je opgesomd!

Luisteren naar kinderen l Thomas GordonNa een training Effectief Communiceren met Kinderen weet jij:

  1. Te definiëren wie de eigenaar is van een probleem in een situatie.
  2. De 12 communicatieblokkades te identificeren.
  3. Onderscheid te maken tussen communicatieblokkades en actief luisteren.
  4. De communicatieblokkades, die hulp bieden in de weg staan, te vermijden.
  5. Te herkennen wanneer je kind je luistervaardigheden nodig heeft.
  6. Stilte, erkenning en deuropeners te gebruiken wanneer je kind hulp nodig heeft met een probleem.
  7. Hoe je actief kunt luisteren om bewust te worden wat er in je kind omgaat.
  8. Hoe je actief kunt luisteren om de informatie die je kind geeft helder te krijgen.
  9. Te definiëren wat acceptabel en wat onacceptabel is voor jezelf.
  10. Hoe te handelen wanneer het gedrag van je kind jouw behoeften in de weg staat.
  11. Een driedelige confronterende ik-boodschap te formuleren.
  12. Het onacceptabele gedrag van je kind te confronteren met een ik-boodschap.
  13. Over te schakelen tussen ik-boodschappen en actief luisteren, als het past.
  14. Waardering te uiten voor je kinds inspanningen.
  15. Problemen en conflicten te voorkomen door preventieve ik-boodschappen te gebruiken.
  16. Conflictsituaties te herkennen.
  17. Onderscheid te maken tussen behoeftenconflicten en waardenconflicten.
  18. Methode I te vermijden (Methode I: gebruik van macht – kind verliest).
  19. Methode II te vermijden (Methode II: toegeeflijk zijn – jij verliest).
  20. Een oplossing te creëren volgens Methode III (Methode III: we winnen allebei).
  21. Methode III te gebruiken om een conflict tussen jezelf en je kind op te lossen.
  22. Methode III te gebruiken om anderen te begeleiden bij het oplossen van een conflict.
  23. Hoe om te gaan met waardenconflicten.

    Lijkt het je wat? Klik voor een Gordon® Training bij jou in de buurt.

    Dit artikel is (vrij) vertaald uit het Engels. Het werd geschreven door Georgina Watson, Gordon® Trainer uit San Diego en gastblogger voor Gordon Training International. Hier vind je het originele artikel.

Een kinderboek voor volwassenen – recensie

Another Chance to Get It Right by Andrew Vachss Het was in 1993 dat Oprah Winfrey op televisie uit dit boek voorlas nadat ze een uur lang met Andrew Vachss had gesproken. Daarna stond de telefoon bij uitgever Dark Horse roodgloeiend. Sindsdien is dit kinderboek voor volwassenen continu in druk. Najaar 2016 viert dit Engelstalige boek haar vijfentwintigjarige bestaan met een gloednieuwe, bijgewerkte hardcover versie. Ik las het boek en vertel er graag iets meer over.

Hij ziet er niet alleen uit als een strijder, met een donker- en lichtgetint glas voor zijn ogen, hij is het ook. Al tientallen jaren lang neemt hij deel aan een strijd, de enige die volgens hem de naam ‘Heilige Oorlog’ waard is te dragen. Andrew H. Vachss is een advocaat uit New York die uitsluitend kinderen en jongeren vertegenwoordigt. Daarnaast is hij betrokken bij het LDICP , een non-profitorganisatie die zich onder andere toelegt op het verbeteren van wetten met als doel kinderen effectiever te beschermen.

Andrew Vachss is een lichtbaken in een duistere wereld ~ Dr. Bruce Perry

Vachss vertelt over de verschrikkingen waarmee hij in aanraking komt met zijn internationaal bekroonde boeken, meest detectives en thrillers. Hoewel daarvan een exemplaar op mijn nog-te-lezen-stapel ligt, ik ben toch wel nieuwsgierig, hebben thrillers meestal niet mijn belangstelling. Maar zijn Another Chance To Get It Right is van een ander genre. Hier word ik warm van! Ik voel me dan ook enthousiast om, met aanmoediging van de auteur, hier iets uit het boek te delen:

Art by Paul Chadwick
Art by Paul Chadwick

The baby alligator comes out of the egg a perfectly-formed predator. It will not grow; it will only get larger. It learns nothing. From the moment of its birth, it fights to survive. If it succeeds, if it reaches its full size, it hunts. At birth, it is six inches long. In adulthood, perhaps six feet. As a predator, it increases in power, in skill. But no matter what its fate, it will always be what it was born to be. 

The baby elephant cannot survive on its own. It needs nurturing; it needs protection. Without love, it dies. Depending on how it is raised, the baby elephant grows to be a work animal, a circus performer, a peaceful beast content to live in harmony with the herd, its family. But some elephants grow up to be rogues, dangerous to man. Depending on how they are raised — that is the key.

And so ask yourself: are the children of men alligators, doomed to be what they will be from the moment of their birth … or are they elephants, fated to be nothing specific, and capable of anything?

Dit kinderboek voor volwassenen is een verzameling korte verhalen, proza, poëzie, allegorie en tekenkunst. Aan dit boek werkten kunstenaars mee als: Geof Darrow (designer voor o.a. The Matrix), Paul Chadwick, Frank Caruso, Dave Gibbons en Tim Bradstreet. De verhalen zijn tijdloos. Het boek is een viering van de kracht en kansen die besloten liggen in de reis die we met onze kinderen maken: het ouderschap.

“Children of the world. Future flowers, now seeds. Some hand-raised, nourished in love-richened ground. Others tossed carelessly on the coldest concrete, struggling beneath Darwin’s dispassionate sunlight.
Each unique snowflake, individualized and all the same.
Our race, the human race, one color – many shades.
Treasures to some, toys to others.
They will reach the stars and stalk the shadows.
What children are, more than anything else, is this: another chance for our flawed species, another chance to get it right.”
~ Andrew Vachss

Art by Geof Darrow
Art by Geof Darrow

Het was een cadeau voor mijn verjaardag. Steeds opnieuw wil ik erin lezen en kijken. Dagenlang blijven mijn gedachten cirkelen rondom de verhalen en beelden, ze raken me. Sommige kende ik al, andere zijn nieuw. De creaties laten mij het perspectief van het kind ontdekken. Ze brengen in het licht wat, wie mensenkinderen zijn en wat zij nodig hebben. Eén van de creaties maakt ineens zoveel duidelijker voor me wat kinderen al lang weten: wat liefde is.

Vachss gaat met dit werk in de schoenen staan van ‘all those Children of The Secret’. Hij draagt het op aan hen die beschermen terwijl zij niet werden beschermd, aan hen die weigeren in diezelfde voetsporen te gaan. Hij brengt hiermee een ode aan alle mensen wie een geschiedenis met trauma kennen en desondanks andere keuzes maken.

Deze boekrecensie deelde ik eerder via KROOST

Wat ik mijn kind vertelde over Sinterklaas

Dat kinderen van het Sinterklaasfeest houden, weet iedereen. Niet alleen de cadeautjes, ook de magie, het ‘doen alsof’ maken er een heerlijk feest van voor groot en klein. Hoe belangrijk is dat voor kinderen, doen alsof! Velen doen mee met het feest; ouders, juffen, meesters, zelfs burgemeesters spelen hun rol met verve. Sinterklazen en Pieten komen aan in havens met stoomboten en ze rijden door dorpen en steden. Dansend gaan zij langs huizen en deuren en delen pepernoten en snoepgoed uit. Op scholen worden lokalen overhoop gehaald, natuurlijk het werk van de Rommelpieten. Een tijd vol magie, spanning en plezier!

Maar er knaagde iets. Wat mij niet lekker zat was: hoe is het voor mijn kind als ik haar iets vertel wat niet klopt? Wat doet deze ‘leugen om bestwil’ met onze relatie, met het vertrouwen tussen ons?

Tekening door Sara, oktober 2016
Tekening door Sara, oktober 2016

Toen vond ik een manier om Sinterklaas in alle glorie te vieren terwijl ik authentieke informatie deelde met mijn kind. Dit artikel van Jan Hunt gaf mij daarbij meer duidelijkheid en richting. Ik vertelde mijn kind toen ze 3 of 4 jaar was simpelweg hoe het zat: dat het Sinterklaasfeest een fantasiefeest is.

Heel lang geleden leefde Sint Nicolaas, een meneer die eten uitdeelde aan arme mensen en kinderen. In onze tijd vieren we dat nog, mensen verkleden zich dan als Sint of Piet. We geven elkaar cadeautjes en lekkers, net zoals Sint Nicolaas toen eten gaf aan de armen. Op die manier spelen we het verhaal van vroeger na. We hebben er ook allerlei dingen bij verzonnen, om het feest nog leuker en spannender te maken. Dat Sint aankomt met de stoomboot, helemaal uit Spanje en dat hij over de daken kan rijden met zijn paard. Dat de Pieten de cadeautjes in de huizen brengen. ’s Avonds doen de Sinten en Pieten hun verkleedkleren uit en wassen de schmink van hun gezichten. De vlaggen worden van de boot gehaald. Het paard gaat terug naar zijn stal bij de boer. Alles is weer gewoon.

Kinderen hebben een reëel beeld nodig van hun wereld, zodat ze zich er met vertrouwen, kennis en veiligheid in kunnen bewegen. ~ Jan Hunt

Mijn dochter is nu 7. Voor zover ik weet heeft ze erg genoten van de Sinterklaasfeesten. Steevast keek ze het Sinterklaasjournaal, ze ging er helemaal in op. Ze weet nog goed dat ik verkleed als Sinterklaas aan onze deur stond met de cadeautjes. Fijne herinneringen voor ons allebei. Van overmatige spanningen in de periode voor 5 december heeft ze volgens mij weinig last gehad. Zou een kind zich veiliger voelen als het weet dat het toneelspel is?

“Vertelt jouw kind dan niet aan andere kinderen?”, vragen ouders. Ik denk van niet. Ik heb de indruk dat ze niet eens in de gaten had dat andere kinderen niet op de hoogte waren. Nu ze ouder wordt, komt dat besef er wel en praten de kinderen er met elkaar over. Ook realiseer ik me dat ik geen verantwoordelijkheid draag voor de informatie die andere volwassen kinderen geven. Ik sta in voor wat ik zelf vertel. “Weten kinderen dan op die leeftijd al wat echt is en wat niet, dat besef komt toch pas als ze veel ouder zijn?” vragen anderen. Ja, dat weten kinderen al vroeg: uit onderzoek blijkt dat kinderen tussen 3 en 5 jaar onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid.

Ik kijk heel blij terug op onze Sinterklaasvieringen en ik verheug me op de weken die voor ons liggen. De verlanglijstjes zijn in de maak en we experimenteren vast met het recept voor de pepernoten. De verkleedkleren worden gepast en gewassen. En ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en voornemens, wat vertel jij je kind(eren) over Sinterklaas?

Dit artikel schreef ik voor KROOST en het verscheen op de website van hetkind.

35 positieve ik-boodschappen

Waardering uiten
Kinderen hebben waardering en bewondering nodig, hiermee laten we hen merken dat ze geliefd zijn. De positieve ik-boodschap uit het Gordon® model is voor mij een manier waarmee ik waardering kan overbrengen, zonder gebruik van oordelen, evaluaties en labels. Met het gebruik van een positieve ik-boodschap is er sprake van gelijkwaardigheid, ik ga niet boven de ander staan, zoals dat vaak bij jij-boodschappen (complimenten, prijzen) gebeurt. Met een ‘positieve ik-boodschap’ geef ik mijn kind duidelijkheid over wat er in mij omgaat: ik laat mijzelf kennen. Een positieve ik-boodschap is uitsluitend bedoeld voor expressie van acceptatie en erkenning en kent geen verborgen agenda.

De positieve ik-boodschap 
Een effectieve ‘positieve ik-boodschap’ bestaat uit 3 delen: het gedrag van het kind, de gevoelens van de ouder en de gevolgen van dat gedrag voor de ouder. Hoe beter het lukt om deze 3 elementen te integreren, hoe duidelijker je boodschap voor de ontvanger zal zijn. Maar, een congruent “Ik hou van jou”, bevat maar 1 element, de gevoelens. Toch kan zo’n boodschap raak zijn. En een liefdevolle blik, een non-verbale positieve boodschap, kan meer vertellen dan 1000 woorden. Een positieve ik-boodschap kan dus bestaan uit 0 (non-verbaal) tot 3 delen (gedrag – gevoel – gevolg). Tijdens de Gordon® training oefenen we met positieve ik-boodschappen en ervaren we de verschillen met jij-boodschappen.

Tekening door Sara, voorjaar 2016
Tekening door Sara, voorjaar 2016

Verschil met jij-boodschappen
‘Je bent een braaf meisje’ en ‘Dat heb je goed gedaan’ zijn voorbeelden van jij-boodschappen. Met zo’n jij-boodschap geef je een evaluatie, een oordeel over de ander of over zijn/haar gedrag. Zelfs als die evaluatie positief is, kan een kind zich daar erg ongemakkelijk bij voelen. Kinderen kunnen afhankelijk worden van prijzen en complimenten, ze kunnen er zelf om gaan vragen of ervoor gaan werken: “Mam, vind je mijn tekening mooi?” Als iemand een kind prijst met “Je bent een lief kind!” kan het kind de conclusie trekken dat men haar ook weleens stout kan vinden. Als het prijzen uitblijft, kan een kind dat als straf ervaren: “Je zei niets over mijn cijfer, je vindt het vast niet goed!” Ook kan het rivaliteit en jaloezie bevorderen: “Je vond dat Niels het goed had gedaan, over mij zei je helemaal niets!” Volwassenen hebben maar al te vaak een verborgen agenda bij het geven van complimenten, ze willen het kind ermee veranderen, het kind naar hun hand zetten.

Intrinsieke motivatie
Thomas Gordon schrijft in zijn boeken uitgebreid over het uitdelen van beloningen zoals complimenten. Hij pleit ervoor kinderen zelf hun eigen beloningen te laten vinden. Kijk eens naar een kind dat vol aandacht aan zijn blokkentoren bouwt. Of 2 meisjes die opgaan in hun spel met Playmobil. De voldoening die deze kinderen ervaren, straalt van hen af. Deze voldoening komt vanbinnen uit, ze zijn intrinsiek gemotiveerd, het plezier dat ze in zichzelf ervaren, dát is hun beloning.

35 positieve ik-boodschappen 
1. Ik heb naar je uitgekeken, ik ben zo gelukkig nu ik je weer zie!
2. Ik ben verwonderd nu je me vertelt hoe jij daar tegenaan kijkt, ik leer jou beter kennen. 
3. Toen jij de tafel dekte terwijl ik het eten kookte, konden we daarna meteen aan tafel. Dat vond ik fijn want ik had zo’n trek!
4. Toen je vanmorgen met je vriendinnetjes speelde, kon ik zonder onderbrekingen met mijn vriendin praten, ik was daar echt blij mee.
5. Ik geniet ervan als jij jouw ideeën met me deelt, ze inspireren me.
6. Ik ben zo blij dat je me helpt met opruimen, nu krijg ik alles op tijd af.
7. Als ik hoor dat jij ‘nee’ tegen me zegt, ben ik opgelucht dat je dat eerlijk durft te zeggen.
8. Ik hou van jouw handschrift, ik wil er steeds naar kijken.
9. Ik ben blij dat je je fiets op slot zet, dat stemt me hoopvol dat hij niet gauw wordt gestolen.
10. Het ontroert me dat je deze tekening speciaal voor mij hebt gemaakt, dankjewel!
11. Die kleurencombinatie die jij hebt gebruikt verrast me! 
12. Als ik naar je kunstwerk kijk, maakt het me nieuwsgierig hoe je dat precies hebt gedaan?
13. Ik geniet zo van je verhalen, het maakt dat ik meer wil horen.
14. Ik hou van jouw binnenkant en van je buitenkant.
15. Het maakt me blij als ik zie dat jij je chocola deelt met je vriendin. Ik ben gerust dat zij nu ook iets heeft.
16. Het ontroert me dat je me iets van jezelf hebt gegeven, het maakt mij duidelijk dat ik belangrijk voor je ben, dit was het mooiste cadeau voor mij!
17. Als ik zo’n dikke knuffel van je krijg, smelt ik!
18. Dankjewel dat je je kleren in de wasmand hebt gedaan, nu hoef ik niet alleen op te ruimen.
19. Nu jij me er meer over hebt verteld, begrijp ik het ineens veel beter, dankjewel.
20. Het maakt me vrolijk als ik hoor hoeveel pret jullie samen hebben!
21. Ik genoot van onze tijd samen, ik ben helemaal voldaan. Bedankt voor deze fijne dag!
22. Het geeft me geruststelling nu je me laat weten waar je bent.
23. Blij dat jij er zelf aan dacht je schooltas mee te nemen, dan hoef ik er niet alleen aan te denken.
24. Je hebt me geholpen met ramen zemen, ik geniet er zo van om dingen samen te doen.
25. Yes, ik zie dat je je kamer hebt opgeruimd, nu kan ik meteen stofzuigen en dan heb ik zelfs nog tijd over.
26. Je hebt me geholpen de boodschappen op te ruimen, ik ben opgetogen over onze samenwerking en was lekker snel klaar.
27. Ik ben trots mét jou dat je is gelukt wat je graag wilde bereiken.
28. Ik voel me happy en voldaan dat we dit avontuur samen hebben beleefd.
29. Samen met jou leven en jou zien opgroeien, maakt me gelukkig.
30. Ik ben blij dat je dicht bij me blijft lopen op deze drukke plek, het geeft me vertrouwen dat we elkaar niet kwijt raken.
31. Nu wij deze oplossing hebben gevonden voor ons probleem, voel ik mij dankbaar en weet ik dat we rekening houden met elkaar.
32. Dank je dat je op je trampoline springt in plaats van op de bank, dan krijg ik vast geen niesbui.
33. Ik geniet ervan als je dicht tegen me aan kruipt op de bank, tijd doorbrengen met jou doe ik heel graag.
34. Ik hoorde jou liedjes zingen, ik werd er vrolijk van.
35. Doe jij dat zó? Dat verbaast me, ik leer van jou!

Welke boodschappen geef jij je kind? Gebruik jij ik- of jij-taal?

Inspiratie:
Luisteren naar Kinderen door Thomas Gordon
Teaching Children Self Discipline door Thomas Gordon

Gordon® en Triple-P

Een korte uitleg met voorbeeld over enkele basale verschillen tussen de Gordon® Methode en Triple-P

Kosten Triple-P cursus 
Ouders die kiezen voor een Triple-P cursus (ook wel bekend als ‘Positief Opvoeden’), kunnen hier gratis gebruik van maken, wanneer dit programma door de gemeente waar zij wonen is ingekocht. Het Nederlands Jeugdinstituut traint Nederlandse hulpverleners voor een Triple-P accreditatie.
Kosten Gordon® Training 
Mensen die opgeleid zijn tot Gordon® trainer hebben deze opleiding zelf betaald. De opleiding wordt aangeboden door de Stichting NET. De Stichting NET is gelieerd aan Gordon® Training International en heeft de exclusieve rechten van het Gordon® Model in Nederland en Vlaanderen. Ouders die kiezen voor een Gordon® training betalen rond de €300,- per training, dit bedrag kan per trainer verschillen.

Duur Triple-P cursus
De Triple-P cursus voor ouders omvat 4 a 5 bijeenkomsten van 2,5 uur, met daarnaast 3 telefonische contactmomenten verdeeld over 12 weken.
Duur Gordon® Training
De Gordon® training omvat 8 tot 10 bijeenkomsten van ongeveer 3 uur en de bijeenkomsten worden verdeeld over een periode van 10 tot 20 weken.

Uitgangspunten Triple-P
* De Triple-P cursus vindt zijn oorsprong in het behaviorisme. Het behaviorisme werkt met de technieken straffen en belonen. Met deze technieken wordt gedrag gestuurd, dit wordt ook wel conditioneren genoemd.
* Ouders bepalen de regels in een Triple-P-gezin, opvoeden met Triple-P betekent autocratisch opvoeden.
* Er wordt verschil gemaakt tussen kleine en grote overtredingen van die regels. Kleine overtredingen worden genegeerd en grote overtredingen bestraft. Het kind moet bijvoorbeeld op de ‘nadenkstoel’ zitten, of een ouder kind krijgt huisarrest. Gedrag wat ouders prettig vinden, wordt beloond, bijvoorbeeld door het geven van complimenten, stickers of ouders geven hun kind als beloning bepaalde vrijheden. Kortweg: ouders krijgen trucs in handen hoe ze hun kinderen kunnen laten doen wat zij willen.
* Triple-P is een programma voor ouders met kinderen tot 12 jaar.

Uitgangspunten Gordon® training
* De Gordon® training vindt haar oorsprong in de humanistische psychologie. De humanistische psychologie gaat uit van de behoeften van de mens. Wanneer behoeften vervuld worden, voelt een mens zich prettig en happy, hij of zij is dan in staat tot ontwikkeling en groei. Abraham Maslow is de grondlegger van deze behoeftentheorie.
Stel je voor, je hebt veel trek, en je eet een gezonde maaltijd. Dan voel je je daarna verzadigd, je kunt je weer richten op andere zaken, je hebt geen last meer van de trek. Je trekgevoel wees je op je behoefte aan voedsel, je gevoelens zijn de richtingwijzers naar je behoeften. Wanneer je behoefte wordt vervuld, verdwijnen ongemakkelijke of pijnlijke gevoelens (zoals honger) en maken plaats voor prettige gevoelens (verzadiging). 
* Het Gordon® Model is een democratisch model, in een Gordon® gezin worden gezamenlijk afspraken gemaakt. Er wordt gezocht naar oplossingen die ieders behoefte vervullen: niemand verliest, we winnen allebei.
* Een Gordon®ouder neemt zijn eigen gevoelens en behoeften serieus, én die van de ander. Hij of zij vraagt zich af: wat heb ik nodig, wat heeft mijn kind nodig en hoe kunnen we ervoor zorgen dat ieder van ons krijgt wat z/hij nodig heeft?
* De vaardigheden die deelnemers in de Gordon® training leren, zijn geschikt voor elke relatie, elke situatie en voor mensen van iedere leeftijd.
Scan behoeftenpyramide Maslow0010
Voorbeeld Jeroen, de Triple-P benadering
Jeroen van 6 rent door het huis. Als de moeder van Jeroen dit gedrag niet zo heel erg vindt, negeert ze hem. In de Triple-P cursus leerde ze om hem dan niet aan te kijken of aandacht te geven. Als hij dan een keer loopt en niet rent (het gedrag wat moeder liever heeft), geeft ze Jeroen een compliment.
Als de moeder van Jeroen het rennen erg akelig vindt, spreekt zij hem hierop aan. Ze zegt: “Jeroen, je rent door het huis, straks gaan er dingen stuk. Wat is de regel over lopen in huis?” Ze doet vervolgens voor hoe Jeroen door het huis moet lopen en vertelt hem daarbij precies wat hij moet doen. Dan laat ze hem twee keer oefenen. Als Jeroen dan toch weer rent, krijgt hij straf. Hij moet bijvoorbeeld op de ‘nadenkstoel’ zitten, of mag die dag niet meer met zijn Lego spelen. Jeroen zal zijn gedrag mogelijk aanpassen, zolang hij jonger is en afhankelijk van zijn ouders. Maar zijn behoeften (aan bijvoorbeeld bewegen, of samen met moeder spelen) worden niet ingevuld. De kans is groot dat de behoeften van Jeroen via ander soort gedrag opnieuw tot uitdrukking komen. Denk maar aan het voorbeeld van de trek, dat gevoel zal niet verdwijnen wanneer iemand zegt dat je niet mag eten; de behoefte aan voedsel blijft. Het is natuurlijk en noodzakelijk dat mensen blijven streven naar vervulling van hun behoeften. Het is heel goed denkbaar dat zijn ouders vervolgens veel tijd kwijt zijn aan corrigeren.

Voorbeeld Jaren, de Gordon® benadering
Jaren van 6 rent door het huis. Voor zijn moeder levert dat op dit moment problemen op. Ze geeft Jaren een confronterende ik-boodschap: “Jaren, ik zie dat je door het huis rent en ik kan me nu niet concentreren op mijn werk, ik maak me zorgen dat ik het niet op tijd afkrijg.” Moeder maakt Jaren hiermee duidelijk wat haar behoefte is, ze wil haar werk afkrijgen, met haar werk voorziet ze in behoefte aan levensonderhoud. Jaren roept dan ineens: “Je speelt ook nooit met mij!” Eerst heeft moeder haar eigen behoefte duidelijk gemaakt, nu gaat ze Actief Luisteren, ze verdiept zich in de gevoelens en behoeften van haar kind. “Zou je graag vaker met mij spelen, ben je boos dat ik dit te weinig doe?” vraagt ze. “Ja!” roept Jaren. Moeder luistert nu zorgvuldig naar wat Jaren haar vertelt, in het bijzonder naar zijn gevoelens. Dan vraagt ze: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ik mijn werk kan afmaken en dat we samen kunnen spelen, zullen we daar een oplossing voor bedenken?” Jaren en zijn moeder gaan nu brainstormen en ieder van hen bedenkt een aantal oplossingen. Dan kiezen ze samen een oplossing die hen allebei wat lijkt. Ze besluiten dat ze eerst samen op de trampoline gaan springen, en dat Jaren daarna iets rustig voor zichzelf gaat doen, zodat moeder haar werk kan afmaken. Al met al heeft dit gesprekje een paar minuten geduurd en hebben ze 20 minuten op de trampoline gespeeld. Moeder heeft genoten van het samenzijn met haar kind en kan vervolgens effectief werken.
Moeder en Jaren voelen zich nu allebei tevreden, hun behoeften zijn vervuld en hun band wordt versterkt. Jaren leert over verschillen in omstandigheden en dat zijn moeder een mens is met behoeften. Jaren voelt zich gemotiveerd om zich aan de afspraak te houden, omdat hij invloed mocht hebben, zijn stem was net zo belangrijk als die van zijn moeder. Jaren weet zich gezien en gehoord. Moeder is er verder geen tijd meer aan kwijt, want het probleem (de onvervulde behoefte) is werkelijk opgelost.

Bronnen:
Boek Luisteren naar Kinderen, door Thomas Gordon
Parenting Program Comparison , via Gordontraining International
Children don’t really misbehave door Thomas Gordon
Boek Geweldloze Communicatie door Marshall Rosenberg, behoeftenlijst, pagina 58 tot 60
Triple-P groepswerkboek voor ouders, door C.M. Markie-Dadds, K. M.T. Turner en M. R. Sanders

Vrede

Over het creëren van vrede in de wereld door ouderschap

Compassie zaaien vanaf het begin

Door Jan en Jason Hunt

‘Als we echte vrede willen bereiken in deze wereld, en als we willen strijden tegen de oorlog zelf, laten we dan beginnen met kinderen. Als zij kunnen opgroeien in hun natuurlijke onschuld, zullen we die strijd niet hoeven voeren, zullen we geen vruchteloze, nutteloze besluiten nemen, maar we zullen gaan van liefde naar liefde en van vrede naar vrede, tot eindelijk alle hoeken van de wereld zijn bedekt met die vrede en liefde waarnaar, bewust of onbewust, de hele wereld hongert.’ – Mahatma Gandhi

Wij smachten allemaal naar vrede. Maar vaak lijkt vrede een mooie droom, hopeloos ver buiten ons bereik. In plaats van de vrede waar we allemaal zo naar verlangen, is er strijd in onze families, in onze gemeenschappen, en tussen landen. We verliezen onze hoop op iets mooiers en beters en menen dat er nooit iets zal veranderen. Onze droom van vrede blijft ongrijpbaar.

Het is moeilijk om deze droom op te geven, want hij begon bij onze geboorte. Elk kind straalt wanneer er thuis vrede heerst en is verbijsterd en huilt wanneer vrede ontbreekt. Voor een kind zijn ruzies raadsels. Als kind willen we niet alleen dat iedereen met elkaar kan opschieten, we verwachten het. Vrede is wat wij bij onze geboorte verwachten. Zelfs als we volwassen zijn, voelen we ons geschokt en verdrietig bij elk bericht over wreedheid. Nog steeds geloven we dat er vrede kan en zou moeten zijn. Maar we weten dat er elke dag opnieuw en op veel te veel plaatsen onenigheid is, dat er wordt gevochten, gedood, dat er zelfs oorlogen worden gevoerd. Als wij dan als kind allemaal vredelievend zijn, wat maakt ons dan zo verdeeld in ons volwassen leven? Wat gaat er mis? En hoe kunnen we het oplossen?

Elke morgen worden we wakker met hoop op verandering, maar elke dag opnieuw zijn er verdrietige, schokkende verhalen. We zijn verbijsterd, we willen begrijpen wat er mis is gegaan. Het lijkt erop dat onze menselijke natuur zich richt op de meest recente gebeurtenissen, en niet op gebeurtenissen veel eerder in de geschiedenis. We vragen ons af wat er ter voorkoming gedaan had kunnen worden in de dagen voorafgaand aan de tragedie? Welke last-minute interventies zouden een verschil hebben kunnen maken? Wat had er ter plekke anders gedaan kunnen worden om levens te redden?

Er is helemaal niets mis met deze vragen – ze kunnen helpen om geweld in de toekomst te voorkomen. Maar, om de kans op geweld in de basis te verkleinen, zou het constructiever kunnen zijn om te kijken naar de vroegste verbanden, niet de meest recente. Hoewel er veel factoren zijn die tot geweld kunnen leiden, is de beste preventie altijd de vroegste – voorkomen dat de eerste dominosteen valt.

Psychiater Elliot Barker schreef: ,,Hoe zorgen we voor vermindering van het aantal psychopaten of gevallen van psychopathie in onze samenleving?’’ Voor mij is dit dezelfde vraag als: ,,Hoe zorgen we ervoor dat meer mensen in onze samenleving goed ontwikkelde vaardigheden bezitten voor vertrouwen, empathie en genegenheid?’’

Hierbij een aantal mogelijkheden hoe we dit kunnen bereiken:
1. Moedig jonge mannen en vrouwen aan om zorgvuldig te onderzoeken of ze er aan toe zijn om een kind lief te hebben en te koesteren.
2. Bied locale zwangerschapscursussen en steungroepen aan welke focussen op de ouder-kind relatie, zoals de bijeenkomsten van La Leche League.
3. Geef ouders alle steun die ze nodig hebben, zodat ze tijd hebben om verliefd te worden op hun baby – al het andere kan wachten.
4. Herinner ouders aan de aanzienlijke voordelen van borstvoeding, met kindgeleid spenen.
5. Wijs een ieder op het belang van een snelle en meedogende reactie op het huilen van een baby.
6. Moedig ouders aan om hun baby’s gebarentaal te leren, zodat heel jonge kinderen hun gevoelens en behoeften al kunnen communiceren voor ze kunnen praten.
7. Informeer ouders over de voordelen van samen slapen.
8. Promoot het dragen van de baby, in het bijzonder huid-op-huid.
9. Adviseer ouders om onnodige babyspullen, die in de weg kunnen staan bij het ontwikkelen van de ouder-kind band, te vermijden.
10. Help ouders zich te verdiepen in respectvolle alternatieven voor straf, om samenwerking op basis van liefde te bevorderen, in plaats van op basis van angst.
11. Adviseer ouders elk kind een stem te geven, door open en zonder oordelen te luisteren naar wat hun kinderen te zeggen hebben.
12. Onderwijs communicatievaardigheden om de relatie met alle familieleden te verbeteren.
13. Ondersteun educatieve alternatieven, zoals thuisonderwijs en democratische scholen, welke de natuurlijke liefde voor leren bij het kind voeden.
14. Train familie- en relatietherapeuten erin het essentiële belang van waardige, respectvolle bejegening van kinderen te benadrukken.
15. Kom in actie voor kinderen wiens gevoelens en behoeften niet worden gehoord.
16. Voer campagne voor rechten van kinderen thuis, op school, en overal.
17. Het allerbelangrijkste; herinner ouders eraan de gevoelens en behoeften van hun kinderen serieus te nemen en er respectvol mee om te gaan, vanaf de geboorte.

Ouderschapskeuzes zoals dragen, borstvoeden, samen slapen, en troostende reacties op het huilen, bieden het kind vele voordelen. Ze helpen bij het ontwikkelen van empathie en emotionele veerkracht, en bereiden het kind levenslang voor op wederzijds respectvolle en vertrouwelijke relaties. Deze opvoedkeuzes bieden ook aanzienlijke voordelen voor ouders zelf; de relatie met hun kind zal gemakkelijker en plezieriger zijn.

We doen allemaal wat we denken dat het beste is voor onze kinderen. Helaas krijgen we vaak misleidende adviezen, zoals bijvoorbeeld slaan, time-outs, inhouden van privileges, en kinderen laten huilen. Hoewel deze adviezen goed bedoeld kunnen zijn, roept dergelijk handelen onvermijdelijk woede en frustratie in het kind op, wat zich kan ophopen in de loop der tijd en kan leiden tot agressief gedrag. Ook kunnen deze praktijken het zelfbeeld van kinderen aantasten, en belemmeren ze het vermogen om zich aan hun ouders en aan anderen te hechten.

Zonder een sterke band met iemand wie ze volledig kunnen vertrouwen, kan een kind dat (thuis, op school, of waar dan ook) is gepest, misbruikt en gefrustreerd, de indruk hebben dat het nergens terecht kan voor steun en begrip. Agressie kan dan als uitlaatklep fungeren om gevoelens van woede, machteloosheid en wanhoop te communiceren.

Volwassenen weten, dat wanneer ze een vriend vriendelijk bejegenen, dit de samenwerking en wederzijdse steun bevordert, omdat ze worden gemotiveerd door liefde, en niet door angst. Bij een kind werkt het niet anders. Ouders die hun kinderen met geduld en empathie bejegenen, leven hen vredelievende en probleemoplossende vaardigheden voor, waar een kind levenslang van kan profiteren.

Het meest constructieve dat we kunnen doen om vrede in de wereld te creëren, is ons richten op de ontwikkeling van empathie in elk kind. Het belang van het vervullen van de behoeften van het kind, met mededogen en begrip, is reeds decennia lang door psychologen en onderzoekers erkend. Laten we iedereen voorlichten over het beslissende belang van de eerste levensjaren. Met het focussen op die eerste jaren kunnen niet alleen tragediën worden voorkomen, ook geeft het onze kinderen de best mogelijke start voor een vreugdevol en zinvol leven.

Dit artikel heb ik vertaald in overleg met de auteur Jan Hunt. Zij heeft tevens toestemming gegeven om deze Nederlandse vertaling te verspreiden. Het oorspronkelijke artikel en de bronnen zijn te vinden op de website van Jan en Jason Hunt: The Natural Child Project