Blog

De Gulden Opvoedregel

In hoeverre komt de Gulden Regel tot zijn recht bij een aantal gangbare gebruiken in de omgang met kinderen? Jan Hunt schreef erover en ik mocht haar artikel vertalen.

Behandel anderen zoals u door hen behandeld wilt worden.’

De Gulden Regel heeft zijn uitmuntendheid als moreel richtsnoer sinds oude tijden bewezen. Griekse en Joodse denkers, Confucius, Jezus en andere leermeesters in de ethiek hebben allen deze regel uitgedragen. De regel wordt met ‘Gulden Regel’ aangeduid, om zijn eervolle plaats als hoogste levensregel aan te geven. Welke andere regel dan de Gulden Regel zou nuttiger kunnen bij de dagelijkse omgang met kinderen? Een variant van de Gulden Regel voor omgaan met kinderen zou zijn: ‘Behandel je kind zoals je zelf behandeld zou willen worden als jij je in zijn of haar positie bevond’.

Het kan verhelderend zijn om te kijken of deze ‘Gulden Opvoedregel’ tot zijn recht komt bij een aantal gangbare disciplinaire methoden die opvoeders hanteren, terwijl we nu een man en vrouw in de positie van volwassene en kind plaatsen.

  • Fysieke straf
    Een vrouw morst per ongeluk koffie op het nieuwe colbert van haar man. Haar man geeft haar een tik.*
    Denk je dat deze vrouw in de toekomst behoedzamer zal omgaan met de spullen van haar man? Of zou ze misschien eerder geneigd zijn om aangifte te doen van huiselijk geweld?
  • Time-out
    Een man begint te twisten met een vriend die op visite is. Zijn vrouw zegt: “Het is niet aardig om te ruziën met je vriend! Dit wil ik niet hebben! Ga maar een half uur naar je kamer!”
    Zal de man voortaan minder ruzie zoeken? Zal deze gênante situatie hem één en ander duidelijk maken? Zal hij zich gemotiveerd voelen om zijn vriend excuses aan te bieden?
  • Consequenties
    Een vrouw is op pad met haar auto en vergeet te tanken, ze komt zonder benzine te zitten. Ze belt haar man en vraagt of hij wat benzine wil kopen en het haar wil brengen. Hij weigert, hij legt uit dat ze zal moeten leren van ‘natuurlijke consequenties’ zodat ze voortaan wat verantwoordelijker zal zijn.
    Zal deze vrouw een volgende keer als de tank leeg raakt eraan denken deze te vullen? Of zal ze zo in beslag zijn genomen door fantasieën over een echtscheiding, dat ze minder bezig is met onbelangrijke zaken zoals onderhoud van een auto?
  • Tellen
    Een vrouw herinnert haar man, die de krant leest na het avondeten, dat het zijn beurt is voor de afwas. Hij mompelt: “Hmm… hmm..,” en blijft lezen. De vrouw zegt beslist: “Je moet nu de afwas doen! Ik tel tot drie: één, twee…”
    Zal deze man nu graag willen samenwerken met zijn vrouw? Of zal hij tot de conclusie komen dat hij met een krankzinnige getrouwd is? Zou hij zich, op zijn minst een klein beetje, geliefd voelen?

Op deze manier bekeken, lijken al deze disciplinaire methoden belachelijk. De verklaring voor dit verschijnsel is dat men in onze maatschappij op een zeker moment heeft besloten dat kinderen anders reageren op bepaalde gedragsprincipes dan volwassenen. Dit is een zeer schadelijke misvatting. De realiteit is dat kinderen, net als volwassenen, het liefst willen samenwerken met diegenen die hen met vriendelijkheid, respect, begrip en waardigheid bejegenen. De enige ‘methode’ die zinnig is binnen menselijke relaties – of het nu om kinderen of volwassenen gaat – is onvoorwaardelijke liefde.

Foto: Matt Hoffman
Foto: Matt Hoffman

We hebben in onze samenleving de verkeerde vraag gesteld. We vroegen: “Welke regels werken voor kinderen en welke voor volwassenen?” De realiteit is gelukkig veel eenvoudiger: alle mensen gedragen zich naar hoe ze behandeld worden. Leeftijd maakt daarbij geen enkel verschil.

Ouders die hun kinderen willen helpen opgroeien tot verantwoordelijke en liefhebbende volwassenen, kunnen niets beters doen dan die ene Gulden Opvoedregel voor ogen houden: ‘Behandel je kind zoals je zelf behandeld zou willen worden als jij je in zijn of haar positie bevond’. Deze regel is simpel, duidelijk en effectief. We hoeven ons dan ook niet meer af te vragen vanaf welke leeftijd deze regel toepasbaar zou zijn. Deze regel past elk mens.

*In Nederland is het sinds 2007 bij de wet verboden om kinderen fysiek te straffen (noot van de vertaler).

Auteur: Jan Hunt
Oorspronkelijke titel: The Parenting Golden Rule 
Vertaling: Heleen Bos (voor KROOST)

Jan Hunt, M. Sc., woont in Gabriola, Canada. Ze biedt wereldwijd begeleiding met een focus op ouderschap en thuisonderwijs en is directeur van The Natural Child Project. Ze is auteur van de boeken The Natural Child – Parenting from the Heart en A Gift for Baby

Geboren Pestkoppen

Het is te gemakkelijk en heel verleidelijk om pestkoppen te veroordelen vanwege hun pestgedrag, stelt psycholoog Robin Grille. In dit artikel geeft hij weer hoe geweld in de vorm van pesten ontstaat en hoe slachtoffers van pesten én pestkoppen geholpen kunnen worden. Hierdoor wordt ook duidelijk hoe we pesten in de toekomst kunnen helpen voorkomen. 

Onlangs was er veel media-aandacht voor het fenomeen ‘pesten op school’, en dat is het vieren waard. Eindelijk begint onze wereld het lot van kinderen, zij die de minste macht hebben in onze samenleving, serieus te nemen. De initiatieven die op diverse scholen gestalte krijgen, zijn zo ontworpen dat men in probleemsituaties kan ingrijpen door zichtbaar te maken wie de pestkoppen en wie hun slachtoffers zijn. Daarna wordt er advies en training gegeven ten behoeve van effectievere sociale vaardigheden. Er zijn programma’s ontwikkeld om pestkoppen op school alternatieve gedragspatronen, meer impulscontrole, conflictoplossende en onderhandelingsvaardigheden aan te leren. De slachtoffers van pesten worden gesteund en beschermd en krijgen, indien praktisch haalbaar, een weerbaarheidstraining.

Hoewel deze symptoomgerichte benadering een aantal gunstige effecten oplevert, is het slechts een gedeeltelijke oplossing van het probleem. Als we pogingen ondernemen om geweld van scholen te verdrijven door ons uitsluitend te richten op het aanpakken van de pestkop, veronderstellen we wellicht dat hij of zij het ‘slechte kind’ is, dé aanstichter van het geweld. Het is te gemakkelijk en heel verleidelijk om pestkoppen te veroordelen vanwege hun pestgedrag. We pikken zo’n kind eruit, labelen het als kind met een gedragsprobleem, of wellicht een aandachtsstoornis. De kans is aanwezig dat iemand ergens in een laboratorium op zoek is naar een ‘pestgen’. Wellicht zullen zelfs farmaceutische bedrijven zoeken naar een biochemische verklaring voor pesten: “Wat zullen onze aandeelhouders opkijken als ze horen dat we een regulerend medicijn voor pestkinderen hebben ontwikkeld!”

Dit kind werd op de één of andere manier pijn gedaan en reageert die pijn nu af op anderen

Als we een kind dat anderen pijn doet, de volledige verantwoordelijkheid geven voor het agressieve gedrag, is dat een vorm van wraak; op die manier pesten wij de pestkop. In feite negeren we dan nog een keer dat een pestkop lijdt; dit kind werd op de één of andere manier pijn gedaan en reageert die pijn nu af op anderen. De realiteit is dat geweld niet voortkomt uit individuen; geweld is een symptoom van gezinnen die het moeilijk hebben, misschien wel met gezinsleden die elkáár pijn doen.

Als we geloven dat betere sociale vaardigheden aangeleerd kunnen worden, kunnen we er niet omheen dat gewelddadige trekken ook worden aangeleerd. Dit kan ongemakkelijk zijn voor mensen die het idee koesteren dat mensen nu eenmaal met een ‘slechte’ natuur worden geboren. Een groot aantal onderzoeken, wereldwijd herhaaldelijk opnieuw gedaan, heeft aangetoond dat geweld thuis (zowel fysiek als verbaal) gewelddadige kinderen voortbrengt. In een Australisch onderzoek werd een verband gevonden tussen disfunctionele gezinnen en gewelddadige kinderen (Rigby K, Journal of Family Therapy, mei 1994). Er zijn weinig ideeën die zoveel steun krijgen vanuit de onderzoeksliteratuur, en toch is er verbazingwekkend genoeg weinig aandacht voor de gezinnen waarin pestkoppen opgroeien.

Pesten is het best uit te leggen als een vorm van aangepast gedrag, dat voordelen oplevert binnen een bepaalde gezinscultuur. Een studie door A.C. Baldry en D.P. Farrinton, gepubliceerd in de Journal of Legal and Criminological Psychology (september 1998), onderzocht 11-14 jarige schoolkinderen die zichzelf als pestkop en/of slachtoffer hadden betiteld. Beide typen kinderen kwamen uit gezinnen waar een autoritaire opvoedstijl werd gehanteerd. Dat is zo’n stijl van: “Doe wat je wordt opgedragen, want anders zwaait er wat! Geen vragen!” Een autoritaire opvoedstijl wordt gekenmerkt door straffen, door een onwrikbaar machtsverschil in het voordeel van de ouders, en door het ontbreken van uitleg, onderhandeling of overleg.

De sociale leertheorie is een algemene stroming binnen de psychologie, die ervan uitgaat dat gewelddadig gedrag wordt aangeleerd. Ondersteund door een enorme hoeveelheid aan onderzoeksgegevens verklaren voorstanders van de sociale leertheorie dat kinderen voornamelijk geweld aanleren door gewelddadige rolmodellen te imiteren. Dit betekent dat ouders die gebruik maken van lijfstraffen of verbale mishandeling om hun kinderen ‘onder controle te houden’, onbewust fungeren als primaire rolmodellen voor pestgedrag (Bandura 1973, Baron 1977). Andere gewelddadige rolmodellen, de secundaire bronnen, zijn bijvoorbeeld oudere broers en zussen, geweld in de media, leeftijdsgenoten en zelfs leerkrachten. Spatz-Wisdom maakte een gedegen analyse van studies waarbij was onderzocht of geweld transgenerationeel is. Zij vond substantiële steun voor de opvatting dat geweld wordt voortgebracht door geweld. Er zijn maar weinig zaken waarover psychologen het over de gehele linie zo eens zijn met elkaar. Het verband geldt zelfs voor verbaal geweld, zoals onderzoekers (Y.M.) Vissing et al. (artikel in: “Child Abuse and Neglect”, 1991) ontdekten. Uit hun onderzoek bleek dat kinderen die thuis meer verbaal geweld te verduren hadden gehad (die werden uitgescholden of beledigd) in hogere mate crimineel gedrag vertoonden en agressiever waren tegenover anderen.

De lijst met resultaten is oneindig lang, met onderzoeken zoals dat van McCord’s (1979) onder 230 jongens. Daaruit bleek dat de onderzoeker in 3/4 van de gevallen in staat was om crimineel gedrag nauwkeurig te voorspellen op basis van een gewelddadige opvoeding. Sheline et al. (1994) ontdekten dat de ‘gedragsproblemen’ bij basisschooljongens consequent terug te voeren waren op een gebrek aan genegenheid van de ouders, en op het gebruik door die ouders van lichamelijke vormen van straf, zoals slaan. In een onderzoek onder 570 Duitse gezinnen vonden Muller et al. (1995) een direct verband tussen strenge straffen en antisociaal gedrag bij kinderen.

Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom kinderen die lijfstraffen krijgen, pestkoppen kunnen worden

Onlangs heeft psycholoog Elizabeth Gersoff (2002) de enorme taak op zich genomen om alle onderzoeken te verzamelen (88 in totaal) die de afgelopen 60 jaar zijn gedaan naar de effecten van lijfstraffen. Ze richtte zich uitsluitend op studies die gebruikelijke vormen van slaag in beschouwing namen; studies die zich richtten op vormen van slaag die lichamelijk schade veroorzaken of die wettelijk verboden zijn, werden uitgesloten. Het bewijs dat zij in al deze onderzoeken vond, was eenduidig en overweldigend: zelfs gebruikelijke vormen van slaag kunnen kinderen agressiever maken. We kunnen onszelf daarom niet langer voorhouden dat de gebruikelijke vormen van slaag niet gewelddadig zijn, omdat deze maar al te vaak leiden tot agressiever gedrag bij kinderen.

Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom kinderen die lijfstraffen krijgen, pestkoppen kunnen worden. Al in 1977 concludeerden onderzoekspsychologen Walters en Grusec ‘dat fysieke straffen… leiden tot toename van agressief gedrag, en dat het mechanisme voor deze toename imitatie is’ (Walters en Grusec 1977). Onbewust fungeert de ouder die slaat of tikken uitdeelt als een rolmodel voor agressief gedrag. Hoe dit werkt, werd op een vernuftige manier gedemonstreerd door middel van een serie experimenten waarover wordt gerapporteerd in Bandura’s boek uit 1973: ‘Agression: A Social Learning Analysis’. Deze experimenten lieten op illustratieve wijze zien hoe kinderen volwassenen imiteerden, die op een gewelddadige manier met poppen omgingen.

Om te zorgen dat voorbeeldgedrag effectief wordt doorgegeven, moet aan drie voorwaarden worden voldaan. Ten eerste zijn kinderen sterker geneigd rolmodellen na te doen tegen wie ze opkijken of van wie ze houden. Daarom zijn ouders zulke krachtige voorbeeldfiguren. Ten tweede wordt het gedrag van het rolmodel vaker nagedaan als dat gedrag succesvol blijkt. Met andere woorden, de overtuiging dat degene die de macht heeft, gelijk heeft en in zijn recht staat, wordt doorgegeven als degene die fysiek straft, erin slaagt het gedrag van een kind te veranderen, terwijl het machtsgebruik door niemand ter discussie wordt gesteld. De derde voorwaarde voor overdracht van voorbeeldgedrag aan kinderen is dat het gebruik van geweld gerechtvaardigd en bekrachtigd wordt. Anders gezegd is het dus zo dat kinderen meer geneigd zijn agressief gedrag te vertonen wanneer ze ervan overtuigd zijn dat de hardvochtige straf ‘verdiend’ is.

Het is aangetoond dat gewelddadige kinderen uit gewelddadige of verwaarlozende gezinnen komen. Daarover is inmiddels genoeg gezegd. Toch gaat slechts ongeveer de helft van de mishandelde kinderen zelf over tot mishandeling. Hoe komt dat? Degenen die ervan overtuigd zijn dat zij verbaal of fysiek geweld ‘verdienden’, zijn degenen die zelf opmerkelijk vaker gewelddadig zijn. Dit geldt ook wanneer men getuige is geweest van geweld jegens anderen. Bandura (1973) refereert aan een onderzoek waaruit bleek dat kinderen veel vaker gewelddadig gedrag imiteerden dat zij zagen in video’s, als dergelijk gedrag werd goedgekeurd door een volwassene, minder vaak wanneer de volwassene geen commentaar gaf, en nog minder als de volwassene zich afkeurend uitliet over het gewelddadige gedrag in de video. Kinderen die opgroeien in de overtuiging dat de slaag die ze krijgen hun verdiende loon is, vinden geweld in het algemeen meer acceptabel en worden er ongevoeliger voor. Zij zijn degenen bij wie de kans het grootst is dat ze zelf gaan pesten, slachtoffer worden, of allebei.

Een neveneffect van streng straffen is dat het mensen ongevoelig maakt voor hun eigen pijn, en daarmee ook voor de pijn van anderen. Dit proces, dat leidt tot ongevoeligheid voor geweld, is wat de drempel voor het uitoefenen van geweld aanzienlijk verlaagt. Het ongevoelig worden voor geweld begint wanneer een kind dat wordt gelabeld als ‘stout’ of ‘slecht’, deze beschuldigingen en aanvallen op zijn persoonlijkheid gelooft. Over de geestelijke wonden die worden veroorzaakt, groeit een dikke huid, die de diepte van de onderliggende pijn verhult. De pijn en het verraad worden bedekt, geminimaliseerd, gebagatelliseerd, of ontkend. Gevoelloosheid voor de eigen pijn brengt onverschilligheid voor de pijn van anderen met zich mee. Diegenen bij wie de woede overkookt, worden pestkoppen en zij die door angst worden verlamd, worden slachtoffers. Anderen zweven er tussenin; zij zijn geneigd tot vergelding en ze geloven dat gebruik van macht gerechtvaardigd is. Velen onder ons werden als kind gestraft en geslagen; eenmaal volwassen doen we daar luchtig over of beweren we onverschillig: “Het heeft me geen kwaad gedaan!”

De mate waarin volwassenen de neiging hebben het geweld dat ze als kind moesten ondergaan recht te praten of te minimaliseren, wordt huiveringwekkend duidelijk in onderzoek zoals dat van Berger et al. (1988) en Knutson en Selner (1994). Uit deze onderzoeken bleek dat van de deelnemers bij wie was gerapporteerd dat zij zó ernstig waren gestraft in hun kindertijd, dat zelfs ziekenhuisopname nodig was, slechts 43% en 60% (respectievelijk) zichzelf als mishandeld beschouwden. Daarentegen ontdekten Hunter en Kilstrom (1979) dat mensen die openlijk hun woede toonden over het misbruik waaronder zij als kind hadden geleden, statistisch minder geneigd waren het misbruik op anderen over te dragen. Kinderen die geslagen zijn en dus kans hebben om zelf te gaan pesten of het verkeerde pad op te gaan, kunnen worden geholpen door deze kinderen expliciet duidelijk te maken dat de slagen en afranselingen die ze kregen verkeerd waren en dat zij dat geweld niet hebben verdiend.

We moeten goed begrijpen dat pestgedrag een reactie is op machteloosheid

Een holistische en daarmee effectievere manier voor de ‘aanpak’ van pestkoppen op scholen zou zijn om met mededogen de omgeving te onderzoeken waarbinnen het geweld werd aangeleerd. Daarna kan men aan de slag gaan om in samenwerking met de betreffende familieleden de dynamiek in de gezinsomgeving te veranderen. Als geweld aangepast gedrag is dat binnen het gezin werd geleerd, is het onzinnig een pestkop te leren om geen geweld te gebruiken, met vervolgens als enige maatregel hem/haar terug te sturen naar diezelfde omgeving, terwijl zo’n kind niet bij machte is om die omgeving te veranderen. We moeten goed begrijpen dat pestgedrag een reactie is op machteloosheid. Het duiden van pestkoppen als daders is oppervlakkig, want in feite zijn zij slachtoffers. Er is een fundamentele verandering nodig van de manier waarop zo’n gezin functioneert. Die verandering kan worden gerealiseerd door alternatieve vaardigheden aan te reiken voor de autoritaire, straffende machtsmethoden waarmee men in deze gezinnen met kinderen omgaat.

Modellen uit de gezinstherapie die zijn gebaseerd op de Systeemtheorie zijn niet-beschuldigend; ze herkennen en erkennen dat elk familielid zijn of haar best doet met de capaciteiten en hulpmiddelen waarover de betreffende persoon beschikt. Nieuwe opties voor doeltreffender interactievaardigheden kunnen worden aangeleerd, zonder dat er iemand wordt beschuldigd. Waarom maken we er geen beleid van om ouders en verzorgers van pestkoppen standaard op school uit te nodigen? De uitdaging zou zijn om helder te krijgen op welke gebieden ouders steun kunnen gebruiken in stressvolle situaties, hen te trainen in assertieve en niet-autoritaire ouderschapsvaardigheden, en om deze ouders te bekrachtigen in hun ouderlijke rol door hen op basis van samenwerking te betrekken bij de programma’s die worden aangereikt ter ondersteuning van hun kinderen.

Zolang vormen van geweld in het gezin worden goedgekeurd, zullen er pestkoppen zijn

Zolang vormen van geweld in het gezin worden goedgekeurd, zullen er pestkoppen zijn: pestkoppen op scholen, pestkoppen in het zakenleven, pestkoppen in de politiek. Tot dan zullen er ook slachtoffers zijn. Dit is geen onontkoombaar fenomeen; dit is het resultaat van menselijk handelen in de geschiedenis. Historici en antropologen hebben onlangs ontdekt dat tot voor kort, gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis, kinderen extreem gewelddadig werden behandeld (De Mause 1982 en 1988, Blaffer-Hrdy 2001, Boswell 1988). Het is dan ook geen wonder dat geweld zich in zovele gedaanten manifesteert, in elke leeftijdsgroep, en dat de meesten van ons bij vlagen de mist in gaan door onze kinderen gewelddadig te bejegenen, zelfs als we naar geweldloosheid streven.

Het goede nieuws is dat slaan, tikken en verbaal mishandelen van kinderen wereldwijd op hun retour zijn. Tot nu toe zijn er meer dan 10 landen die lijfstraffen in het gezin wettelijk hebben verboden, en nog veel meer landen zijn dat van plan. In de meeste landen is het gebruik van lijfstraffen op scholen inmiddels verboden. Uit een peiling door Gelles en Straus (Journal of Interpersonal Violence, June 1987) bleek dat ondanks dat geweld tegen kinderen nog steeds extreem vaak voorkomt in de VS, het percentage tussen 1975 en 1985 toch met 47% is gedaald. Dit soort ontwikkelingen zijn reden om optimistisch te zijn over het idee dat pesten uiteindelijk een zeldzamer fenomeen zal worden. Deze vooruitgang kan worden versneld als we onszelf blijven herinneren aan het feit dat elke pestkop die we tegenkomen, iemand is die zelf wordt of werd gepest. Daarom is het belangrijk dat we bereid zijn het systeem aan te pakken, in plaats van de symptomen.

Oorspronkelijke titel: Natural Born Bullies (2003)
Auteur: Robin Grille
Nederlandse vertaling: Mieke Bijsterbosch, Marianne Vanderveen-Kolkena en Heleen Bos (2017) voor KROOST 

Bronnen:
Baldry, AC and Farrington DP (1998) ‘Parenting Influences on Bullying and Victimisation’ Journal of Legal and Criminological Psychology Vol 3(2) pp. 237-254
Bandura, A (1973) Aggression: A Social Learning Analysis New Jersey: Prentice Hall
Baron, RA (1977) Human Aggression NY: Plenum Press
Berger, AM et al. (1988) ‘The Self-Report of Punitive Childhood Experiences of Young Adults and Adolescents’ Child Abuse and Neglect Vol 12 pp. 251-262
Berkowitz, L (1993) Aggression, it’s Causes, Consequences and Control NY: McGraw-Hill
Blaffer-Hrdy, Sarah (2001) Mother Nature
Boswell, John (1988) ‘The Kindness of Strangers – The Abandonment of Children in Western Europe from Late Antiquity to the Renaissance’ New York: Pantheon Books
De Mause, Lloyd (1982) Foundations of Psycho-History Creative Roots Inc. New York
De Mause, Lloyd (Ed) (1988) ‘The History of Childhood – The Untold Story of Child Abuse’ Peter Bedrick Books, New York
Gelles, RJ and Straus MA (1987) ‘Is Violence Toward Children Increasing?’ Journal of Interpersonal Violence Vol 2(2) pp. 212-222
Gershoff, Elizabeth (2002) ‘Corporal Punishment by Parents and Associated Child Behaviours and Experiences: A Meta-Analytic and Theoretical Review’ Psychological Bulletin Vol 128(4) p. 539-579
Hunter and Kilstrom (1979) (Reviewed in Spatz-Widom article)
Knutson, JF and Selner, MB (1994) ‘Punitive Childhood Experiences Reported by Young Adults Over a 10-year Period’ Child Abuse and Neglect Vol 18(2) pp. 155-166
Muller, RT et al. (1995) ‘The Interpersonal Transmission of Corporal Punishment: A Comparison of Social Learning and Temperament Models’ Child Abuse and Neglect Vol 19(11) pp. 1323-1335
Rigby, K (1994) ‘Psychological Functioning in Families of Australian adolescent schoolchildren involved in bully-victim problems’ Journal of Family Therapy Vol 16(2) pp.173-187
Sheline JL et al. (1994) ‘Risk Factors for Violent Behaviour in Elementary School Boys: Have You Hugged Your Child Today? American Journal of Public Health Vol 84(4) pp. 661-663
Spatz Widom, C (1989) ‘Does Violence Beget Violence? A Critical Examination of the Literature’ Psychological Bulletin Vol 106(1) pp. 3-28
Vissing, YM et al. (1991) ‘Verbal Aggression by Parents and Psychological Problems of Children’ Child Abuse and Neglect Vol 15(3) pp. 223-238
Walters, GC and Grusec, JE (1977) Punishment San Francisco: WH Freeman

Robin Grille is een psycholoog met een privépraktijk in Sydney, Australië, waar hij individuele psychotherapie en relatietherapie biedt. Robin geeft lezingen en onderwijs over ouderschap over de hele wereld, onder andere sprak hij op de conferentie van Unicef UK in 2015. De artikelen die Robin Grille schrijft worden wereldwijd gelezen. Hij schreef 2 boeken: Heart-to-heart Parenting en Parenting for a Peaceful World en hij schrijft momenteel zijn derde boek ‘Inner Child Journeys’. De websites van Robin Grille zijn te vinden via de volgende links: www.hearttoheartparenting.org en www.our-emotional-health.com.

Wat word je wijzer van een Gordon® Training?

Stel, jij kunt wel wat hulp gebruiken met opvoeden. Je voelt je gefrustreerd, je zou dingen wel anders willen aanpakken. Dan heb je de keuze uit verschillende opvoedcursussen. Laten we nu eens zeggen dat de Training Effectief Communiceren met Kinderen op je lijstje staat, dan wil je natuurlijk weten wat je in huis haalt. Wij hebben het voor je opgesomd!

Luisteren naar kinderen l Thomas GordonNa een training Effectief Communiceren met Kinderen weet jij:

  1. Te definiëren wie de eigenaar is van een probleem in een situatie.
  2. De 12 communicatieblokkades te identificeren.
  3. Onderscheid te maken tussen communicatieblokkades en actief luisteren.
  4. De communicatieblokkades, die hulp bieden in de weg staan, te vermijden.
  5. Te herkennen wanneer je kind je luistervaardigheden nodig heeft.
  6. Stilte, erkenning en deuropeners te gebruiken wanneer je kind hulp nodig heeft met een probleem.
  7. Hoe je actief kunt luisteren om bewust te worden wat er in je kind omgaat.
  8. Hoe je actief kunt luisteren om de informatie die je kind geeft helder te krijgen.
  9. Te definiëren wat acceptabel en wat onacceptabel is voor jezelf.
  10. Hoe te handelen wanneer het gedrag van je kind jouw behoeften in de weg staat.
  11. Een driedelige confronterende ik-boodschap te formuleren.
  12. Het onacceptabele gedrag van je kind te confronteren met een ik-boodschap.
  13. Over te schakelen tussen ik-boodschappen en actief luisteren, als het past.
  14. Waardering te uiten voor je kinds inspanningen.
  15. Problemen en conflicten te voorkomen door preventieve ik-boodschappen te gebruiken.
  16. Conflictsituaties te herkennen.
  17. Onderscheid te maken tussen behoeftenconflicten en waardenconflicten.
  18. Methode I te vermijden (Methode I: gebruik van macht – kind verliest).
  19. Methode II te vermijden (Methode II: toegeeflijk zijn – jij verliest).
  20. Een oplossing te creëren volgens Methode III (Methode III: we winnen allebei).
  21. Methode III te gebruiken om een conflict tussen jezelf en je kind op te lossen.
  22. Methode III te gebruiken om anderen te begeleiden bij het oplossen van een conflict.
  23. Hoe om te gaan met waardenconflicten.

    Lijkt het je wat? Klik voor een Gordon® Training bij jou in de buurt.

    Dit artikel is (vrij) vertaald uit het Engels. Het werd geschreven door Georgina Watson, Gordon® Trainer uit San Diego en gastblogger voor Gordon Training International. Hier vind je het originele artikel.

Wat ik mijn kind vertelde over Sinterklaas

Dat kinderen van het Sinterklaasfeest houden, weet iedereen. Niet alleen de cadeautjes, ook de magie, het ‘doen alsof’ maken er een heerlijk feest van voor groot en klein. Hoe belangrijk is dat voor kinderen, doen alsof! Velen doen mee met het feest; ouders, juffen, meesters, zelfs burgemeesters spelen hun rol met verve. Sinterklazen en Pieten komen aan in havens met stoomboten en ze rijden door dorpen en steden. Dansend gaan zij langs huizen en deuren en delen pepernoten en snoepgoed uit. Op scholen worden lokalen overhoop gehaald, natuurlijk het werk van de Rommelpieten. Een tijd vol magie, spanning en plezier!

Maar er knaagde iets. Wat mij niet lekker zat was: hoe is het voor mijn kind als ik haar iets vertel wat niet klopt? Wat doet deze ‘leugen om bestwil’ met onze relatie, met het vertrouwen tussen ons?

Tekening door Sara, oktober 2016
Tekening door Sara, oktober 2016

Toen vond ik een manier om Sinterklaas in alle glorie te vieren terwijl ik authentieke informatie deelde met mijn kind. Dit artikel van Jan Hunt gaf mij daarbij meer duidelijkheid en richting. Ik vertelde mijn kind toen ze 3 of 4 jaar was simpelweg hoe het zat: dat het Sinterklaasfeest een fantasiefeest is.

Heel lang geleden leefde Sint Nicolaas, een meneer die eten uitdeelde aan arme mensen en kinderen. In onze tijd vieren we dat nog, mensen verkleden zich dan als Sint of Piet. We geven elkaar cadeautjes en lekkers, net zoals Sint Nicolaas toen eten gaf aan de armen. Op die manier spelen we het verhaal van vroeger na. We hebben er ook allerlei dingen bij verzonnen, om het feest nog leuker en spannender te maken. Dat Sint aankomt met de stoomboot, helemaal uit Spanje en dat hij over de daken kan rijden met zijn paard. Dat de Pieten de cadeautjes in de huizen brengen. ’s Avonds doen de Sinten en Pieten hun verkleedkleren uit en wassen de schmink van hun gezichten. De vlaggen worden van de boot gehaald. Het paard gaat terug naar zijn stal bij de boer. Alles is weer gewoon.

Kinderen hebben een reëel beeld nodig van hun wereld, zodat ze zich er met vertrouwen, kennis en veiligheid in kunnen bewegen. ~ Jan Hunt

Mijn dochter is nu 7. Voor zover ik weet heeft ze erg genoten van de Sinterklaasfeesten. Steevast keek ze het Sinterklaasjournaal, ze ging er helemaal in op. Ze weet nog goed dat ik verkleed als Sinterklaas aan onze deur stond met de cadeautjes. Fijne herinneringen voor ons allebei. Van overmatige spanningen in de periode voor 5 december heeft ze volgens mij weinig last gehad. Zou een kind zich veiliger voelen als het weet dat het toneelspel is?

“Vertelt jouw kind dan niet aan andere kinderen?”, vragen ouders. Ik denk van niet. Ik heb de indruk dat ze niet eens in de gaten had dat andere kinderen niet op de hoogte waren. Nu ze ouder wordt, komt dat besef er wel en praten de kinderen er met elkaar over. Ook realiseer ik me dat ik geen verantwoordelijkheid draag voor de informatie die andere volwassen kinderen geven. Ik sta in voor wat ik zelf vertel. “Weten kinderen dan op die leeftijd al wat echt is en wat niet, dat besef komt toch pas als ze veel ouder zijn?” vragen anderen. Ja, dat weten kinderen al vroeg: uit onderzoek blijkt dat kinderen tussen 3 en 5 jaar onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid.

Ik kijk heel blij terug op onze Sinterklaasvieringen en ik verheug me op de weken die voor ons liggen. De verlanglijstjes zijn in de maak en we experimenteren vast met het recept voor de pepernoten. De verkleedkleren worden gepast en gewassen. En ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en voornemens, wat vertel jij je kind(eren) over Sinterklaas?

Dit artikel schreef ik voor KROOST en het verscheen op de website van hetkind.

Gordon® en Triple-P

Een korte uitleg met voorbeeld over enkele basale verschillen tussen de Gordon® Methode en Triple-P

Kosten Triple-P cursus 
Ouders die kiezen voor een Triple-P cursus (ook wel bekend als ‘Positief Opvoeden’), kunnen hier gratis gebruik van maken, wanneer dit programma door de gemeente waar zij wonen is ingekocht. Het Nederlands Jeugdinstituut traint Nederlandse hulpverleners voor een Triple-P accreditatie.
Kosten Gordon® Training 
Mensen die opgeleid zijn tot Gordon® trainer hebben deze opleiding zelf betaald. De opleiding wordt aangeboden door de Stichting NET. De Stichting NET is gelieerd aan Gordon® Training International en heeft de exclusieve rechten van het Gordon® Model in Nederland en Vlaanderen. Ouders die kiezen voor een Gordon® training betalen rond de €300,- per training, dit bedrag kan per trainer verschillen.

Duur Triple-P cursus
De Triple-P cursus voor ouders omvat 4 a 5 bijeenkomsten van 2,5 uur, met daarnaast 3 telefonische contactmomenten verdeeld over 12 weken.
Duur Gordon® Training
De Gordon® training omvat 8 tot 10 bijeenkomsten van ongeveer 3 uur en de bijeenkomsten worden verdeeld over een periode van 10 tot 20 weken.

Uitgangspunten Triple-P
* De Triple-P cursus vindt zijn oorsprong in het behaviorisme. Het behaviorisme werkt met de technieken straffen en belonen. Met deze technieken wordt gedrag gestuurd, dit wordt ook wel conditioneren genoemd.
* Ouders bepalen de regels in een Triple-P-gezin, opvoeden met Triple-P betekent autocratisch, autoritair opvoeden.
* Er wordt verschil gemaakt tussen kleine en grote overtredingen van die regels. Kleine overtredingen worden genegeerd en grote overtredingen bestraft. Het kind moet bijvoorbeeld op de ‘nadenkstoel’ zitten, of een ouder kind krijgt huisarrest. Gedrag wat ouders prettig vinden, wordt beloond, bijvoorbeeld door het geven van complimenten, stickers of ouders geven hun kind als beloning bepaalde vrijheden. Kortweg: ouders krijgen trucs in handen hoe ze hun kinderen kunnen laten doen wat zij willen.
* Triple-P is een programma voor ouders met kinderen tot 12 jaar.

Uitgangspunten Gordon® training
* De Gordon® training vindt haar oorsprong in de humanistische psychologie. De humanistische psychologie gaat uit van de behoeften van de mens. Wanneer behoeften vervuld worden, voelt een mens zich prettig, hij of zij is dan in staat tot ontwikkeling en groei. Abraham Maslow is de grondlegger van deze behoeftentheorie.
Stel je voor, je hebt veel trek, en je eet een gezonde maaltijd. Dan voel je je daarna verzadigd, je kunt je weer richten op andere zaken, je hebt geen last meer van de trek. Je trekgevoel wees je op je behoefte aan voedsel, je gevoelens zijn de richtingwijzers naar je behoeften. Wanneer je behoefte wordt vervuld, verdwijnen ongemakkelijke of pijnlijke gevoelens (zoals honger) en maken plaats voor prettige gevoelens (verzadiging). 
* Het Gordon® Model is een democratisch model, in een Gordon® gezin worden gezamenlijk afspraken gemaakt. Er wordt gezocht naar oplossingen die ieders behoefte vervullen: niemand verliest, we winnen allebei.
* Een Gordon®ouder neemt zijn eigen gevoelens en behoeften serieus, én die van de ander. Hij of zij vraagt zich af: wat heb ik nodig, wat heeft mijn kind nodig en hoe kunnen we ervoor zorgen dat ieder van ons krijgt wat z/hij nodig heeft?
* De vaardigheden die deelnemers in de Gordon® training leren, zijn geschikt voor elke relatie, elke situatie en voor mensen van iedere leeftijd.
Scan behoeftenpyramide Maslow0010
Voorbeeld Jeroen, de Triple-P benadering
Jeroen van 6 rent door het huis. Als de moeder van Jeroen dit gedrag niet zo heel erg vindt, negeert ze hem. In de Triple-P cursus leerde ze om hem dan niet aan te kijken of aandacht te geven. Als hij dan een keer loopt en niet rent (het gedrag wat moeder liever heeft), geeft ze Jeroen een compliment.
Als de moeder van Jeroen het rennen erg akelig vindt, spreekt zij hem hierop aan. Ze zegt: “Jeroen, je rent door het huis, straks gaan er dingen stuk. Wat is de regel over lopen in huis?” Ze doet vervolgens voor hoe Jeroen door het huis moet lopen en vertelt hem daarbij precies wat hij moet doen. Dan laat ze hem twee keer oefenen. Als Jeroen dan toch weer rent, krijgt hij straf. Hij moet bijvoorbeeld op de ‘nadenkstoel’ zitten, of mag die dag niet meer met zijn Lego spelen. Jeroen zal zijn gedrag mogelijk aanpassen, zolang hij jonger is en afhankelijk van zijn ouders. Maar zijn behoeften (aan bijvoorbeeld bewegen, of samen met moeder spelen) worden niet ingevuld. De kans is groot dat de behoeften van Jeroen via ander soort gedrag opnieuw tot uitdrukking komen. Denk maar aan het voorbeeld van de trek, dat gevoel zal niet verdwijnen wanneer iemand zegt dat je niet mag eten; de behoefte aan voedsel blijft. Het is natuurlijk en noodzakelijk dat mensen blijven streven naar vervulling van hun behoeften. Het is heel goed denkbaar dat zijn ouders vervolgens veel tijd kwijt zijn aan corrigeren.

Voorbeeld Jaren, de Gordon® benadering
Jaren van 6 rent door het huis. Voor zijn moeder levert dat op dit moment problemen op. Ze geeft Jaren een confronterende ik-boodschap: “Jaren, ik zie dat je door het huis rent en ik kan me nu niet concentreren op mijn werk, ik maak me zorgen dat ik het niet op tijd afkrijg.” Moeder maakt Jaren hiermee duidelijk wat haar behoefte is, ze wil haar werk afkrijgen (behoefte aan levensonderhoud). Jaren roept dan ineens: “Je speelt ook nooit met mij!” Eerst heeft moeder haar eigen behoefte duidelijk gemaakt, nu gaat ze Actief Luisteren, ze verdiept zich in de gevoelens en behoeften van haar kind. “Je bent erg boos omdat je vaker met mij wilt spelen?” vraagt ze. “Ja!” roept Jaren. Moeder luistert naar wat Jaren haar vertelt en raadt naar hoe hij zich voelt. Dan vraagt ze: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ik mijn werk kan afmaken en dat we samen kunnen spelen, zullen we daar een oplossing voor bedenken?” Jaren en zijn moeder bedenken een paar mogelijke oplossingen. Dan kiezen ze er een uit die hen allebei wat lijkt. Ze besluiten dat ze eerst samen op de trampoline gaan springen, en dat Jaren daarna iets rustig voor zichzelf gaat doen, zodat moeder haar werk kan afmaken. Al met al heeft dit gesprekje een paar minuten geduurd en hebben ze 20 minuten op de trampoline gespeeld. Moeder heeft genoten van het samenzijn met haar kind en kan vervolgens effectief werken.
Moeder en Jaren voelen zich nu allebei tevreden, hun behoeften zijn vervuld en hun band wordt versterkt. Jaren leert over verschillen in omstandigheden en dat zijn moeder een mens is met behoeften. Jaren voelt zich gemotiveerd om zich aan de afspraak te houden, omdat hij invloed mocht hebben, zijn stem was net zo belangrijk als die van zijn moeder. Jaren weet zich gezien en gehoord. Moeder is er verder geen tijd meer aan kwijt, want het probleem (de onvervulde behoefte) is werkelijk opgelost.

Bronnen:
Boek Luisteren naar Kinderen, door Thomas Gordon
Parenting Program Comparison , via Gordontraining International
Children don’t really misbehave door Thomas Gordon
Boek Geweldloze Communicatie door Marshall Rosenberg, behoeftenlijst, pagina 58 tot 60
Triple-P groepswerkboek voor ouders, door C.M. Markie-Dadds, K. M.T. Turner en M. R. Sanders

Een credo voor mijn relaties

Jij en ik hebben een relatie die belangrijk voor me is, en toch zijn we ieder ook aparte personen met onze eigen waarden en behoeften.

Laten we open en eerlijk zijn in onze communicatie, zodat we elkaars behoeften en waarden beter leren kennen en begrijpen.

Als jij iets doet dat mijn behoeften in de weg staat, zal ik je eerlijk en zonder verwijten vertellen wat ik voel en wat mij hindert en je daarmee de gelegenheid geven je gedrag te veranderen uit respect voor mijn behoeften. En ik wil graag dat je even openhartig tegen mij bent wanneer je mijn gedrag onacceptabel vindt.

En doen zich conflicten voor in onze relatie, laten we dan afspreken dat we die oplossen zonder gebruik te maken van jouw of mijn macht om te winnen ten koste van de ander. We zullen altijd zoeken naar een oplossing die voldoet aan jouw en ook aan mijn behoeften. Niemand verliest, we winnen allebei.

Wanneer je in je leven problemen tegenkomt, zal ik proberen met acceptatie en begrip te luisteren, om je te helpen je eigen oplossingen te vinden en niet om je de mijne op te leggen. En ik wil graag dat je naar mij luistert wanneer ik een oplossing voor mijn problemen zoek.

Opdat onze relatie zo zal zijn dat we ons beiden kunnen ontplooien, willen we vanuit een gevoel van betrokkenheid en respect met elkaar omgaan.

Thomas Gordon

Bron: Gordon Communicatie