Blog

Goede raad bij schuttingtaal (is duur!)

Je herkent het misschien, je kind komt met woorden thuis, die je zelf niet gebruikt. Schuttingtaal. Je irriteert je aan die woorden. Of je schrikt ervan, zoals ik. Hoe kun je hiermee omgaan, als je graag invloed wilt hebben op je kind? Als je betrokken, in verbinding wilt blijven én de autonomie van je kind wilt respecteren? Zó ging ik ermee om.

Een verschil in waarden tussen mij en mijn dochter
Tieten, dat woord had mijn dochter van 7 ergens gehoord en ik merkte dat ze het vaker ging gebruiken. Nu houd ik niet van zulke woorden. Ik besefte dat dit probleem een waardebotsing was, geen behoefteconflict. Bij behoefteconflicten en bij waardebotsingen horen verschillende vaardigheden. Er is sprake van een waardebotsing, wanneer het gedrag van je kind onacceptabel voor je is. Toch heeft dat gedrag geen concrete gevolgen voor je, het kost jou verder geen tijd, geld of energie. Bij waardebotsingen komt het vaker voor dat je kind niet bereid is zijn of haar gedrag te veranderen. Dat kan komen omdat het kind niet inziet hoe zijn of haar gedrag jou belemmert in je behoeften. Terecht. Als mijn dochter het woord ‘tieten’ zegt, kost dat mij geen tijd, geld of energie. Toch zijn er vaardigheden waarmee ik mijn kind kan beïnvloeden. Als er sprake is van een waardebotsing kan ik kiezen uit 7 vaardigheden, waarvan er 4 veilig zijn voor de relatie die ik met mijn kind heb.

Zakgeldbesteding
Zakgeldbesteding

Voorbeelden van waardebotsingen
Wanneer je kind woorden gebruikt waar jij een hekel aan hebt, is er dus sprake van zo’n waardebotsing. In het dagelijks leven met opgroeiende kinderen, hebben we vaker te maken met waardebotsingen. Hieronder kun je een paar voorbeelden lezen. Misschien herken je er wel een paar?
– Kind geeft haar zakgeld uit aan in jouw ogen onbelangrijke of ongezonde zaken.
– Kind draagt kleding die jij verfoeit.
– Kind eet zijn groenten niet op, een gezonde leefstijl vind jij erg belangrijk.
– Kind heeft vrienden die jij niet geschikt vindt.
– Kind wil vlees eten, jij eet vegetarisch (of andersom).
– Kind wil niet mee naar de kerk, voor jou is naar de kerk gaan juist heel belangrijk.
– Kind stopt met haar studie, jij zou de kans om te kunnen studeren voluit benutten.
– Puber heeft seks met wisselende vriendjes, voor jou is het hebben van 1 vaste liefdespartner belangrijk.

Een ouder die tot acceptatie in staat is, is bereid een kind de gelegenheid te geven zijn eigen ‘levensprogramma’ te ontwikkelen. ~ Thomas Gordon

De 4 veilige manieren bij omgaan met waardebotsingen
1. Zelf veranderen
Eerst kijk ik of ik zelf kan veranderen. Kan ik de waarden van mijn dochter misschien accepteren, deze misschien zelfs gaan waarderen? Dat komt echt voor! De liedjes waar ze naar luistert blijken heerlijk om samen op te dansen! Maar schuttingwoorden accepteren? Dát gaat me geloof ik niet lukken.
2. Voorbeeld geven
De meest krachtige manier om onze kinderen te beïnvloeden is het geven van een voorbeeld. Zelf voorleven wat je belangrijk vindt. In het geval van de schuttingtaal kan ik zelf kiezen voor respectvolle woorden en communicatie. Ik moet denken aan die cartoon waarin een vader zijn zoon over de knie legt, hem daarmee wil leren zijn zusje niet te slaan…
3. Confronteren
De derde veilige mogelijkheid is confronteren. Dat wil zeggen: zonder oordelen en verwijten delen hoe ik iets zie, hoe ik het ervaar, wat mijn waarde is. “Ik schrik ervan als je ‘tieten’ zegt, ik hou van respectvolle woorden en in dat woord ervaar ik geen respect voor meisjes en vrouwen”, zei ik tegen mijn dochter. Thomas Gordon schrijft dat als wij ouders onze waarden niet delen met onze kinderen, we een belangrijke kans laten liggen.
4. Effectief raadgeven
De vierde veilige manier bij omgaan met waardebotsingen is het geven van raad. Maar goede raad is duur, dat geldt ook als we onze waarden graag willen overdragen aan onze kinderen. Als je een effectief raadgever wilt zijn, houd dan het volgende in de gaten. Cruciaal bij het geven van raad is dat ik het alleen dan geef wanneer het gewenst is. Dat ik als het ware wordt geconsulteerd, geraadpleegd. Ook is het belangrijk dat ik goed geïnformeerd ben over datgene waarover ik raad wil geven. Het raadgeven gebeurt ook maar éénmalig, daarna is het aan de ander, het kind in dit geval. Het is mijn ervaring dat kinderen dol zijn op nieuwe informatie, graag willen leren en ontdekken hoe de wereld in elkaar zit. Dat ze ook graag willen weten hoe hun ouders over zaken denken, wat ze vinden, wat ze nodig hebben. Maar we zijn de verbinding kwijt als we hen onze ongevraagde adviezen geven, als we beleren, voorkauwen, herhalen en onze mening opdringen. Net als volwassenen, hebben kinderen recht op zelfbeschikking.

Don’t tell me
Please don’t tell me I should hug
Don’t tell me I should care
Don’t tell me just how grand I’d feel
If I just learned to share
Don’t say: “It’s allright to cry,”
“Be kind,” “Be fair,” “Be true.”
Just let me see YOU do it
Then I just might do it too.
~ Shell Silverstein

Oplossen bij waardebotsingen?
Ik vroeg mijn dochter of het oké voor haar was om het woord ‘tieten’ niet meer in mijn aanwezigheid te gebruiken. Zij ging daarmee akkoord. Achteraf had ik dit verzoek liever achterwege gelaten. Liever had ik het helemaal aan haar overgelaten of en hoe ze haar gedrag had aangepast. Liever had ik meer vertrouwen getoond in haar ontwikkeling, ook als die misschien anders gaat dan ik had gedacht. Belangrijk is niet dat onze kinderen zich op een bepaalde manier ontwikkelen, maar dát ze zich ontwikkelen, vindt Thomas Gordon.

Boek als hulpmiddel
Waar ik met voldoening op terug kijk, is de manier waarop ik haar informatie, raad, heb gegeven. “Wist je dat er schuttingtaal bestaat?” vroeg ik haar. “Zou je daar meer over willen weten?” Dat leek haar wel wat! We lazen samen het hoofdstuk ‘Schuttingwoorden’ uit het kinderboekje ‘Ben jij ook op mij?’. De schrijfster legt in dit hoofdstuk uit wat schuttingwoorden zijn en dat deze woorden een ander pijn kunnen doen. Terwijl wie zo’n woord gebruikt, misschien niet eens precies weet wat het betekent! Berenlul. Eikel. Kippenkont. Klootzak. Kloten. Kut, en nog veel meer van deze woorden lazen we in het boek. Het woord ‘tieten’ stond er ook bij. De betekenis van de woorden wordt kort en bondig uitgelegd. Reuze interessant vond mijn dochter het! Ze wilde graag dat ik alles nog eens voorlas. Sindsdien vraagt ze me weleens naar de betekenis van zo’n schuttingwoord, of gebaar. Of ze de woorden gaat gebruiken? Ik weet het niet. In ieder geval kan ze nu geïnformeerd kiezen. Het woord ‘tieten’ heb ik haar niet meer horen zeggen.

De ouder worden die ik wil zijn
Als ik het citaat van Kahlil Gibran uit De Kleine Profeet hoor of lees, weet ik weer: ja, zo’n ouder wil ik graag zijn! Zo’n houding had ik ook graag gewild van de volwassenen om mij heen toen ik een kind was. Dan had iedereen zichzelf kunnen zijn!

En in jouw gezin?
Wat doe jij wanneer er in jouw gezin waardebotsingen zijn?

Inspiratie:
Luisteren naar kinderen, hoofdstuk 14 en 15, door Thomas Gordon
Ben jij ook op mij? door Sanderijn van der Doef

Dit artikel schreef ik voor de Stichting Nederlandse Effectiviteitstrainingen (NET). Deze stichting is gelieerd aan Gordontraining International. De NET verzorgt in Nederland en Vlaanderen de Gordon® opleidingen en bewaakt de kwaliteit van deze opleidingen en de trainingen.

Wat word je wijzer van een Gordon® Training?

Stel, jij kunt wel wat hulp gebruiken met opvoeden. Je voelt je gefrustreerd, je zou dingen wel anders willen aanpakken. Dan heb je de keuze uit verschillende opvoedcursussen. Laten we nu eens zeggen dat de Training Effectief Communiceren met Kinderen op je lijstje staat, dan wil je natuurlijk weten wat je in huis haalt. Wij hebben het voor je opgesomd!

Luisteren naar kinderen l Thomas GordonNa een training Effectief Communiceren met Kinderen weet jij:

  1. Te definiëren wie de eigenaar is van een probleem in een situatie.
  2. De 12 communicatieblokkades te identificeren.
  3. Onderscheid te maken tussen communicatieblokkades en actief luisteren.
  4. De communicatieblokkades, die hulp bieden in de weg staan, te vermijden.
  5. Te herkennen wanneer je kind je luistervaardigheden nodig heeft.
  6. Stilte, erkenning en deuropeners te gebruiken wanneer je kind hulp nodig heeft met een probleem.
  7. Hoe je actief kunt luisteren om bewust te worden wat er in je kind omgaat.
  8. Hoe je actief kunt luisteren om de informatie die je kind geeft helder te krijgen.
  9. Te definiëren wat acceptabel en wat onacceptabel is voor jezelf.
  10. Hoe te handelen wanneer het gedrag van je kind jouw behoeften in de weg staat.
  11. Een driedelige confronterende ik-boodschap te formuleren.
  12. Het onacceptabele gedrag van je kind te confronteren met een ik-boodschap.
  13. Over te schakelen tussen ik-boodschappen en actief luisteren, als het past.
  14. Waardering te uiten voor je kinds inspanningen.
  15. Problemen en conflicten te voorkomen door preventieve ik-boodschappen te gebruiken.
  16. Conflictsituaties te herkennen.
  17. Onderscheid te maken tussen behoeftenconflicten en waardenconflicten.
  18. Methode I te vermijden (Methode I: gebruik van macht – kind verliest).
  19. Methode II te vermijden (Methode II: toegeeflijk zijn – jij verliest).
  20. Een oplossing te creëren volgens Methode III (Methode III: we winnen allebei).
  21. Methode III te gebruiken om een conflict tussen jezelf en je kind op te lossen.
  22. Methode III te gebruiken om anderen te begeleiden bij het oplossen van een conflict.
  23. Hoe om te gaan met waardenconflicten.

    Lijkt het je wat? Klik voor een Gordon® Training bij jou in de buurt.

    Dit artikel is (vrij) vertaald uit het Engels. Het werd geschreven door Georgina Watson, Gordon® Trainer uit San Diego en gastblogger voor Gordon Training International. Hier vind je het originele artikel.

Brief van Nowa

Amsterdam, 24 november 2035

Beste juf Kiet,

Het is alweer 20 jaar geleden dat ik naar Nederland kwam. Laatst dacht ik aan die film die toen over onze klas is gemaakt. Ik kwam erachter dat mijn moeder hem had bewaard. Na al die jaren heb ik hem weer eens bekeken, samen met mijn man Javier. Ik was zo blij dat hij nu bij me was.

Met welke motivatie bent u begonnen aan dat avontuur? En hoe zou u er nu op terug kijken? Met deze brief wil ik u vertellen hoe ik terugkijk op die tijd bij u op school in het Brabantse Hapert. Vluchtelingenkinderen waren we, nog maar net in Nederland. We hadden zoveel meegemaakt; verlies, bommen, uitputting, hitte en kou, afwijzing, angst. De dood zelf hadden we in de ogen gezien.

De herinneringen over de tijd bij u op school, kwamen weer boven bij het zien van de film. Ik realiseerde me: wat er in de klas van juf Kiet ook gebeurde, zij had een oplossing.

Ik realiseerde me: wat er in de klas van juf Kiet ook gebeurde, zij had een oplossing.

Weet u nog, die keer toen Haya huilend en met natte knieën de school binnenkwam? Snel ging u op zoek naar een droge broek. Die moest ze maar aantrekken, dan zou alles wel weer in orde zijn. Voor Haya lag dat anders. Ik geloof dat zij er op dat moment alleen maar naar verlangde dat u bij haar was. Dat ze acceptatie en begrip in uw ogen had willen lezen. Ze had vast haar eigen oplossing gevonden. Terwijl u verder ging met uw bezigheden, gaf Haya het nog niet op, ze gaf u en zichzelf een nieuwe kans. “Ik wil met mama bellen, de juf heeft mama’s telefoonnummer!”, vertrouwde ze me toe. Haya zocht een tolk, een kind dat al Nederlands sprak, en wist haar wens duidelijk te maken. Maar, telefoneren met haar moeder, dat stond u Haya niet toe. Haya’s kans was verkeken, ze was alleen. Ik zag het wel. Ik heb een tekening voor haar gemaakt, met haar moeder erop. Zou dat geholpen hebben?

Het waren uw antwoorden en uw oplossingen waar u mee kwam. Maar als u onze oplossingen had willen horen, dan had u een essentiële stap niet kunnen overslaan: die van het luisteren. Helder krijgen welke gevoelens en behoeften er schuil gingen achter onze woorden en achter ons gedrag.

Javier en ik bekeken die scène waarin we ruzie maakten op het schoolplein. Later in het klaslokaal, kwam u erop terug. U praatte en ik kan uw vinger haast weer voelen, tikkend tegen mijn schouder. U wilde dat ik naar u keek, luisterde. Wat had ik graag gewild dat u ook even naar ons had geluisterd. Want er zat zoveel meer achter onze ruzies. Zoveel…

Ik hield ervan om met Leanne, het nieuwe meisje, te spelen en te werken. Wij konden goed met elkaar opschieten, maar tussen Haya en Leanne klikte het niet zo. Haya pakte Leanne soms vast, of ze tekende op haar papier. Waarom zou ze dat gedaan hebben, wat zat er achter, vraag ik me nu af. Natuurlijk had u wel in de gaten dat er iets speelde tussen die twee, ik had het idee dat u alles zag. U vertelde Haya dat Leanne graag zelf wilde werken. Over het vastpakken zei u: “Dat is niet leuk, je gaat niet iemand zo vastpakken!” Ja, ik wilde ook dat het voor iedereen veilig was. Leanne wilde haar werk zo graag op haar eigen manier doen. En ik denk dat ze er echt last van had als Haya haar op die manier aanraakte.

Maar uw boodschap aan Haya, bracht me in verwarring. Want wat ik zo vaak bij u miste was de vraag of wij het oké vonden, op welke manier wij iets graag wilden. En u hield óns vast op manieren die onacceptabel voor ons waren. Bijvoorbeeld als we u niet aankeken, dan nam u ons gezicht tussen uw wijsvinger en duim en draaide het naar u toe, dan moesten we u wel in de ogen kijken. Hoe kunnen kinderen leren wat volwassenen voorstaan, terwijl ze het niet voordoen?

In uw klas heb ik ook ervaringen op kunnen doen die me hebben geholpen en waar ik met plezier op terugkijk. Bijvoorbeeld op die eerste schooldag, ik vond het heel spannend. Maar ik merkte dat ik welkom was, u stelde me voor aan de anderen en wees me de weg. Mijn tafel, stoel en spulletjes, u had gezorgd dat het allemaal klaar stond. Ik hoorde erbij! En u sprak Nederlands met ons, de taal van het nieuwe land heb ik me dankzij u snel eigen kunnen maken. Dat gaf mij mogelijkheden en kansen, die basis heb ik als belangrijk ervaren. Ook hield ik ervan te horen hoe u probeerde onze namen op de juiste manier uit te spreken. Mijn naam was niet zo moeilijk, maar die van Jorj en Branche bijvoorbeeld, u bleef oefenen. Zorgvuldigheid en erkenning voor wie we waren, voor onze achtergrond, merkte ik daarin. Dank u wel.

Ik heb er therapie voor nodig gehad om mijn oorlogservaringen te verwerken. En het dansen, dat heeft me er echt doorheen gesleept. Als ik danste, voelde ik me levendig en vrij. Ook praatte ik veel met Javier. Ik vertelde hem over die lange tocht naar Nederland en over hoe het was toen we hier kwamen. Soms waren de nachtmerries er weer. Je ziet het niet aan mijn buitenkant, maar ik draag de oorlog in mijn lichaam mee. Javier en ik spreken dezelfde taal, Nederlands. Maar ook als hij niets zegt lees ik in zijn ogen dat hij er is, dat het er voor hem toe doet wat er door me heengaat.

Jorj uit onze klas had ook van die bange dromen, weet u nog? Hij was niet meer in het oorlogsgebied, maar ik denk dat de oorlog nog in hem woedde. Zijn taken op school, hij kreeg het niet voor elkaar. Kwam dat door overweldigende ervaringen die hij had moeten doorstaan in zijn jonge leven? Ik hoor hem zeggen: “Laat God me helpen met mijn hersenen. Ik heb kortsluiting in mijn hoofd. Breng me naar de Intensive Care.” Ik geloof juf Kiet, dat ons klasgenootje onze nabijheid, support en erkenning voor wat er in hem omging nodig had. Dat was toch het minste wat we voor hem hadden kunnen doen? Maar toen zijn werk maar niet lukte, zette u Jorj apart van de groep. U stuurde hem naar de gang. Werken moest hij, zelfs in de pauze.

Oh God, wat moet ik aan met deze juf? ~ Jorj

Weinig mensen zag ik harder werken dan u deed, niets leek u teveel. De droge broeken, kopjes thee, het afleiden, de adviezen, al die stickers en de complimenten: werkelijk alles haalde u uit de kast. Maar of uw inspanningen afgestemd waren op wat wij voelden en nodig hadden?

Nu sta ik zelf voor de klas, groep 3/4 begeleid ik. Bij ons op school gaan we niet zo gauw op zoek naar droge broeken. Een communicatietraining heeft mij en mijn collega’s zoveel bewuster gemaakt van het belang van luisteren. Als het me lukt om echt te luisteren, komen de kinderen vaak zelf wel met een oplossing, eentje die hen past. En dat geeft ons leerkrachten lucht en ruimte: we hoeven niet alle problemen van die 25 kinderen in onze groep op te lossen. We willen erop vertrouwen dat ze dat zelf kunnen, met onze betrokkenheid: een win-win situatie.

Een van de belangrijkste lessen die ik heb geleerd in mijn werk, is hoe belangrijk het is simpelweg de tijd te nemen om aandachtig te kijken en te luisteren naar het kind, nog vóór je iets anders doet.” Bruce D. Perry

Wie is perfect en vrij van blinde vlekken? Mijn collega’s en ik hebben nog veel te leren. De kinderen zijn onze leraren. En we reflecteren met elkaar. Ons streven is de verbinding met de kinderen, juist als het moeilijk wordt. Ik ben belangrijk, jij bent belangrijk, onze relatie is belangrijk, dat is onze kernwaarde.

Dit is wat ik kwijt wilde. Het zal misschien niet gemakkelijk voor u zijn om deze brief te lezen, ik heb er geen doekjes om gewonden. Trauma heeft me lang verhinderd om in het hier en nu te leven, maar ik wil u laten weten dat het nu goed met me gaat. Dat ik weer volop leef. Dag, juf Kiet, ik wens u het allerbeste!

Met vriendelijke groet,

Nowa

N.B. Toen ik de documentaire ‘De kinderen van juf Kiet’ zag was ik geschokt en verontwaardigd. Met deze fictieve brief wil ik mijn protest laten klinken. Niet tegen juf Kiet, maar de manier van communiceren met kinderen die ik in de film zag staat mij tegen. Respectvol omgaan met kinderen is zo belangrijk voor mij. Ik vind het belangrijk te vermelden dat feit en fictie door elkaar heen lopen. Het personage Nowa heb ik verzonnen. De andere kinderen: Haya, Jorj, Branche en Leanne en juf Kiet Engels bestaan echt en zijn te zien in de film. Veel achtergrondinformatie over de kinderen heb ik niet. Over Jorj las ik in de krant dat hij erbij was toen zijn grootvader door IS werd gemarteld en vermoord.

Dit artikel verscheen eerder op KROOST.

Verdieping:
Teacher Effectiveness Training door Thomas Gordon
Luisteren naar Kinderen door Thomas Gordon
Traumasporen door Bessel van der Kolk
De jongen die opgroeide als hond door Bruce D. Perry en Maia Szalavitz

Een kinderboek voor volwassenen – recensie

Another Chance to Get It Right by Andrew Vachss Het was in 1993 dat Oprah Winfrey op televisie uit dit boek voorlas nadat ze een uur lang met Andrew Vachss had gesproken. Daarna stond de telefoon bij uitgever Dark Horse roodgloeiend. Sindsdien is dit kinderboek voor volwassenen continu in druk. Najaar 2016 viert dit Engelstalige boek haar vijfentwintigjarige bestaan met een gloednieuwe, bijgewerkte hardcover versie. Ik las het boek en vertel er graag iets meer over.

Hij ziet er niet alleen uit als een strijder, met een donker- en lichtgetint glas voor zijn ogen, hij is het ook. Al tientallen jaren lang neemt hij deel aan een strijd, de enige die volgens hem de naam ‘Heilige Oorlog’ waard is te dragen. Andrew H. Vachss is een advocaat uit New York die uitsluitend kinderen en jongeren vertegenwoordigt. Daarnaast is hij betrokken bij het LDICP , een non-profitorganisatie die zich onder andere toelegt op het verbeteren van wetten met als doel kinderen effectiever te beschermen.

Andrew Vachss is een lichtbaken in een duistere wereld ~ Dr. Bruce Perry

Vachss vertelt over de verschrikkingen waarmee hij in aanraking komt met zijn internationaal bekroonde boeken, meest detectives en thrillers. Hoewel daarvan een exemplaar op mijn nog-te-lezen-stapel ligt, ik ben toch wel nieuwsgierig, hebben thrillers meestal niet mijn belangstelling. Maar zijn Another Chance To Get It Right is van een ander genre. Hier word ik warm van! Ik voel me dan ook enthousiast om, met aanmoediging van de auteur, hier iets uit het boek te delen:

Art by Paul Chadwick
Art by Paul Chadwick

The baby alligator comes out of the egg a perfectly-formed predator. It will not grow; it will only get larger. It learns nothing. From the moment of its birth, it fights to survive. If it succeeds, if it reaches its full size, it hunts. At birth, it is six inches long. In adulthood, perhaps six feet. As a predator, it increases in power, in skill. But no matter what its fate, it will always be what it was born to be. 

The baby elephant cannot survive on its own. It needs nurturing; it needs protection. Without love, it dies. Depending on how it is raised, the baby elephant grows to be a work animal, a circus performer, a peaceful beast content to live in harmony with the herd, its family. But some elephants grow up to be rogues, dangerous to man. Depending on how they are raised — that is the key.

And so ask yourself: are the children of men alligators, doomed to be what they will be from the moment of their birth … or are they elephants, fated to be nothing specific, and capable of anything?

Dit kinderboek voor volwassenen is een verzameling korte verhalen, proza, poëzie, allegorie en tekenkunst. Aan dit boek werkten kunstenaars mee als: Geof Darrow (designer voor o.a. The Matrix), Paul Chadwick, Frank Caruso, Dave Gibbons en Tim Bradstreet. De verhalen zijn tijdloos. Het boek is een viering van de kracht en kansen die besloten liggen in de reis die we met onze kinderen maken: het ouderschap.

“Children of the world. Future flowers, now seeds. Some hand-raised, nourished in love-richened ground. Others tossed carelessly on the coldest concrete, struggling beneath Darwin’s dispassionate sunlight.
Each unique snowflake, individualized and all the same.
Our race, the human race, one color – many shades.
Treasures to some, toys to others.
They will reach the stars and stalk the shadows.
What children are, more than anything else, is this: another chance for our flawed species, another chance to get it right.”
~ Andrew Vachss

Art by Geof Darrow
Art by Geof Darrow

Het was een cadeau voor mijn verjaardag. Steeds opnieuw wil ik erin lezen en kijken. Dagenlang blijven mijn gedachten cirkelen rondom de verhalen en beelden, ze raken me. Sommige kende ik al, andere zijn nieuw. De creaties laten mij het perspectief van het kind ontdekken. Ze brengen in het licht wat, wie mensenkinderen zijn en wat zij nodig hebben. Eén van de creaties maakt ineens zoveel duidelijker voor me wat kinderen al lang weten: wat liefde is.

Vachss gaat met dit werk in de schoenen staan van ‘all those Children of The Secret’. Hij draagt het op aan hen die beschermen terwijl zij niet werden beschermd, aan hen die weigeren in diezelfde voetsporen te gaan. Hij brengt hiermee een ode aan alle mensen wie een geschiedenis met trauma kennen en desondanks andere keuzes maken.

Deze boekrecensie deelde ik eerder via KROOST

Wat ik mijn kind vertelde over Sinterklaas

Dat kinderen van het Sinterklaasfeest houden, weet iedereen. Niet alleen de cadeautjes, ook de magie, het ‘doen alsof’ maken er een heerlijk feest van voor groot en klein. Hoe belangrijk is dat voor kinderen, doen alsof! Velen doen mee met het feest; ouders, juffen, meesters, zelfs burgemeesters spelen hun rol met verve. Sinterklazen en Pieten komen aan in havens met stoomboten en ze rijden door dorpen en steden. Dansend gaan zij langs huizen en deuren en delen pepernoten en snoepgoed uit. Op scholen worden lokalen overhoop gehaald, natuurlijk het werk van de Rommelpieten. Een tijd vol magie, spanning en plezier!

Maar er knaagde iets. Wat mij niet lekker zat was: hoe is het voor mijn kind als ik haar iets vertel wat niet klopt? Wat doet deze ‘leugen om bestwil’ met onze relatie, met het vertrouwen tussen ons?

Tekening door Sara, oktober 2016
Tekening door Sara, oktober 2016

Toen vond ik een manier om Sinterklaas in alle glorie te vieren terwijl ik authentieke informatie deelde met mijn kind. Dit artikel van Jan Hunt gaf mij daarbij meer duidelijkheid en richting. Ik vertelde mijn kind toen ze 3 of 4 jaar was simpelweg hoe het zat: dat het Sinterklaasfeest een fantasiefeest is.

Heel lang geleden leefde Sint Nicolaas, een meneer die eten uitdeelde aan arme mensen en kinderen. In onze tijd vieren we dat nog, mensen verkleden zich dan als Sint of Piet. We geven elkaar cadeautjes en lekkers, net zoals Sint Nicolaas toen eten gaf aan de armen. Op die manier spelen we het verhaal van vroeger na. We hebben er ook allerlei dingen bij verzonnen, om het feest nog leuker en spannender te maken. Dat Sint aankomt met de stoomboot, helemaal uit Spanje en dat hij over de daken kan rijden met zijn paard. Dat de Pieten de cadeautjes in de huizen brengen. ’s Avonds doen de Sinten en Pieten hun verkleedkleren uit en wassen de schmink van hun gezichten. De vlaggen worden van de boot gehaald. Het paard gaat terug naar zijn stal bij de boer. Alles is weer gewoon.

Kinderen hebben een reëel beeld nodig van hun wereld, zodat ze zich er met vertrouwen, kennis en veiligheid in kunnen bewegen. ~ Jan Hunt

Mijn dochter is nu 7. Voor zover ik weet heeft ze erg genoten van de Sinterklaasfeesten. Steevast keek ze het Sinterklaasjournaal, ze ging er helemaal in op. Ze weet nog goed dat ik verkleed als Sinterklaas aan onze deur stond met de cadeautjes. Fijne herinneringen voor ons allebei. Van overmatige spanningen in de periode voor 5 december heeft ze volgens mij weinig last gehad. Zou een kind zich veiliger voelen als het weet dat het toneelspel is?

“Vertelt jouw kind dan niet aan andere kinderen?”, vragen ouders. Ik denk van niet. Ik heb de indruk dat ze niet eens in de gaten had dat andere kinderen niet op de hoogte waren. Nu ze ouder wordt, komt dat besef er wel en praten de kinderen er met elkaar over. Ook realiseer ik me dat ik geen verantwoordelijkheid draag voor de informatie die andere volwassen kinderen geven. Ik sta in voor wat ik zelf vertel. “Weten kinderen dan op die leeftijd al wat echt is en wat niet, dat besef komt toch pas als ze veel ouder zijn?” vragen anderen. Ja, dat weten kinderen al vroeg: uit onderzoek blijkt dat kinderen tussen 3 en 5 jaar onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid.

Ik kijk heel blij terug op onze Sinterklaasvieringen en ik verheug me op de weken die voor ons liggen. De verlanglijstjes zijn in de maak en we experimenteren vast met het recept voor de pepernoten. De verkleedkleren worden gepast en gewassen. En ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en voornemens, wat vertel jij je kind(eren) over Sinterklaas?

Dit artikel schreef ik voor KROOST en het verscheen op de website van hetkind.

35 positieve ik-boodschappen

Waardering uiten
Kinderen hebben waardering en bewondering nodig, hiermee laten we hen merken dat ze geliefd zijn. De positieve ik-boodschap uit het Gordon® model is voor mij een manier waarmee ik waardering kan overbrengen, zonder gebruik van oordelen, evaluaties en labels. Met het gebruik van een positieve ik-boodschap is er sprake van gelijkwaardigheid, ik ga niet boven de ander staan, zoals dat vaak bij jij-boodschappen (complimenten, prijzen) gebeurt. Met een ‘positieve ik-boodschap’ geef ik mijn kind duidelijkheid over wat er in mij omgaat: ik laat mijzelf kennen. Een positieve ik-boodschap is uitsluitend bedoeld voor expressie van acceptatie en erkenning en kent geen verborgen agenda.

De positieve ik-boodschap 
Een effectieve ‘positieve ik-boodschap’ bestaat uit 3 delen: het gedrag van het kind, de gevoelens van de ouder en de gevolgen van dat gedrag voor de ouder. Hoe beter het lukt om deze 3 elementen te integreren, hoe duidelijker je boodschap voor de ontvanger zal zijn. Maar, een congruent “Ik hou van jou”, bevat maar 1 element, de gevoelens. Toch kan zo’n boodschap raak zijn. En een liefdevolle blik, een non-verbale positieve boodschap, kan meer vertellen dan 1000 woorden. Een positieve ik-boodschap kan dus bestaan uit 0 (non-verbaal) tot 3 delen (gedrag – gevoel – gevolg). Tijdens de Gordon® training oefenen we met positieve ik-boodschappen en ervaren we de verschillen met jij-boodschappen.

Tekening door Sara, voorjaar 2016
Tekening door Sara, voorjaar 2016

Verschil met jij-boodschappen
‘Je bent een braaf meisje’ en ‘Dat heb je goed gedaan’ zijn voorbeelden van jij-boodschappen. Met zo’n jij-boodschap geef je een evaluatie, een oordeel over de ander of over zijn/haar gedrag. Zelfs als die evaluatie positief is, kan een kind zich daar erg ongemakkelijk bij voelen. Kinderen kunnen afhankelijk worden van prijzen en complimenten, ze kunnen er zelf om gaan vragen of ervoor gaan werken: “Mam, vind je mijn tekening mooi?” Als iemand een kind prijst met “Je bent een lief kind!” kan het kind de conclusie trekken dat men haar ook weleens stout kan vinden. Als het prijzen uitblijft, kan een kind dat als straf ervaren: “Je zei niets over mijn cijfer, je vindt het vast niet goed!” Ook kan het rivaliteit en jaloezie bevorderen: “Je vond dat Niels het goed had gedaan, over mij zei je helemaal niets!” Volwassenen hebben maar al te vaak een verborgen agenda bij het geven van complimenten, ze willen het kind ermee veranderen, het kind naar hun hand zetten.

Ik was eens bij een bijeenkomst met kinderen. De kinderen hadden eerder die dag in groepjes spelletjes gedaan. Tijdens de bijeenkomst zouden de winnaars bekend worden gemaakt. Tegen de verwachting in kregen niet de winnende kinderen, maar de kinderen die het ‘beste’ hadden geholpen tijdens de spelletjes de complimenten. “Wat hebben jullie goed geholpen!” werden deze kinderen geprezen. Zelden heb ik meer teleurstelling en ongemak op gezichten van kinderen gezien. 

Intrinsieke motivatie
Thomas Gordon schrijft in zijn boeken uitgebreid over het uitdelen van beloningen zoals complimenten. Hij pleit ervoor kinderen zelf hun eigen beloningen te laten vinden. Kijk eens naar een kind dat vol aandacht aan zijn blokkentoren bouwt. Of 2 meisjes die opgaan in hun spel met Playmobil. De voldoening die deze kinderen ervaren, straalt van hen af. Deze voldoening komt vanbinnen uit, ze zijn intrinsiek gemotiveerd, het plezier dat ze in zichzelf ervaren, dát is hun beloning.

35 positieve ik-boodschappen 
1. Ik heb naar je uitgekeken, ik ben zo gelukkig nu ik je weer zie!
2. Ik ben verwonderd nu je me vertelt hoe jij daar tegenaan kijkt, ik leer jou beter kennen. 
3. Toen jij de tafel dekte terwijl ik het eten kookte, konden we daarna meteen aan tafel. Dat vond ik fijn want ik had zo’n trek!
4. Toen je vanmorgen met je vriendinnetjes speelde, kon ik zonder onderbrekingen met mijn vriendin praten, ik was daar echt blij mee.
5. Ik geniet ervan als jij jouw ideeën met me deelt, ze inspireren me.
6. Ik ben zo blij dat je me helpt met opruimen, nu krijg ik alles op tijd af.
7. Als ik hoor dat jij ‘nee’ tegen me zegt, ben ik opgelucht dat je dat eerlijk durft te zeggen.
8. Ik hou van jouw handschrift, ik wil er steeds naar kijken.
9. Ik ben blij dat je je fiets op slot zet, dat stemt me hoopvol dat hij niet gauw wordt gestolen.
10. Het ontroert me dat je deze tekening speciaal voor mij hebt gemaakt, dankjewel!
11. Die kleurencombinatie die jij hebt gebruikt verrast me! 
12. Als ik naar je kunstwerk kijk, maakt het me nieuwsgierig hoe je dat precies hebt gedaan?
13. Ik geniet zo van je verhalen, het maakt dat ik meer wil horen.
14. Ik hou van jouw binnenkant en van je buitenkant.
15. Het maakt me blij als ik zie dat jij je chocola deelt met je vriendin. Ik ben gerust dat zij nu ook iets heeft.
16. Het ontroert me dat je me iets van jezelf hebt gegeven, het maakt mij duidelijk dat ik belangrijk voor je ben, dit was het mooiste cadeau voor mij!
17. Als ik zo’n dikke knuffel van je krijg, smelt ik!
18. Dankjewel dat je je kleren in de wasmand hebt gedaan, nu hoef ik niet alleen op te ruimen.
19. Nu jij me er meer over hebt verteld, begrijp ik het ineens veel beter, dankjewel.
20. Het maakt me vrolijk als ik hoor hoeveel pret jullie samen hebben!
21. Ik genoot van onze tijd samen, ik ben helemaal voldaan. Bedankt voor deze fijne dag!
22. Het geeft me geruststelling nu je me laat weten waar je bent.
23. Blij dat jij er zelf aan dacht je schooltas mee te nemen, dan hoef ik er niet alleen aan te denken.
24. Je hebt me geholpen met ramen zemen, ik geniet er zo van om dingen samen te doen.
25. Yes, ik zie dat je je kamer hebt opgeruimd, nu kan ik meteen stofzuigen en dan heb ik zelfs nog tijd over.
26. Je hebt me geholpen de boodschappen op te ruimen, ik ben opgetogen over onze samenwerking en was lekker snel klaar.
27. Ik ben trots mét jou dat je is gelukt wat je graag wilde bereiken.
28. Ik voel me happy en voldaan dat we dit avontuur samen hebben beleefd.
29. Samen met jou leven en jou zien opgroeien, maakt me gelukkig.
30. Ik ben blij dat je dicht bij me blijft lopen op deze drukke plek, het geeft me vertrouwen dat we elkaar niet kwijt raken.
31. Nu wij deze oplossing hebben gevonden voor ons probleem, voel ik mij dankbaar en weet ik dat we rekening houden met elkaar.
32. Dank je dat je op je trampoline springt in plaats van op de bank, dan krijg ik vast geen niesbui.
33. Ik geniet ervan als je dicht tegen me aan kruipt op de bank, tijd doorbrengen met jou doe ik heel graag.
34. Ik hoorde jou liedjes zingen, ik werd er vrolijk van.
35. Doe jij dat zó? Dat verbaast me, ik leer van jou!

Welke boodschappen geef jij je kind? Gebruik jij ik- of jij-taal?

Inspiratie:
Luisteren naar Kinderen door Thomas Gordon
Teaching Children Self Discipline door Thomas Gordon

Wangedrag?

Stel je eens voor: je huisgenote met wie je een goede relatie hebt speelt drums. Ze oefent vaak op haar drumstel en meestal kan jij daar wel van genieten. Maar vanmiddag heb jij hoofdpijn. En zij maar oefenen en oefenen, ze heeft er duidelijk zin in!

Drummer0003
Tekening door Sara, september 2016

Zou het in je opkomen haar te zeggen dat ze zich misdraagt? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk begrijp jij dat ze plezier wil maken, creatief bezig wil zijn, wil oefenen en ervaar je deze behoeften als volkomen logisch. Dat neemt niet weg dat je er op dit moment ontzettend veel last van hebt en mogelijk ga je haar dat ook duidelijk maken.

Neem nu eens een situatie in gedachten waarin je kind van 3 de muur beschildert. Wat denk jij, misdraagt dit kind zich? Of zou het zo kunnen zijn dat het kind een behoefte aan het vervullen is, bijvoorbeeld behoefte aan spelen, ontdekken, creativiteit? Net zo logisch als de behoeften van je drummende huisgenote?
Dat betekent natuurlijk niet automatisch dat je dit gedrag kunt waarderen, dat het acceptabel voor je is. Waarschijnlijk heeft het gedrag van de dreumes gevolgen voor jou, de muur moet bijvoorbeeld opnieuw geschilderd worden; dat kost je tijd, geld, energie.

Thomas Gordon beschrijft in zijn artikel over ‘wangedrag’ dat we bij kinderen zo gauw een etiket plakken. We gebruiken labels als ‘wangedrag’ en ‘misdragen’; we hebben er een oordeel over. En die oordelende woorden komen binnen bij ons kind. En ze hebben impact: op het kind en op de relatie die wij met dit kind hebben.

If I had to make a general rule for living and working with children, it might be this: be wary of saying or doing anything to a child that you would not do to another adult, whose good opinion and affection you valued. ~ John Holt

Ik nodig je uit. Als je last hebt van bepaalde gedragingen van je kind, wil je dan nog eens denken aan de labels, etiketten en oordelen? Wil je eens verder kijken en raden naar de behoeften achter het gedrag?

Hoe zou het voor je zijn als je een manier kende waarmee je op een doeltreffende en ontwapenende manier voor jezelf zou opkomen, mét respect voor je kind en voor jullie relatie? In de Gordon® training ‘Effectief Communiceren met Kinderen‘ leer jij hoe je kunt opkomen voor jouw behoeften zonder gebruik van labels, etiketten en oordelen. Zonder gebruik van je macht om te winnen. Samen oefenen en ervaren we. Voortaan gebruik jij woorden die bijdragen. Consequenties komen er niet meer aan te pas. Je zou je drummende huisgenote ook niet straffen immers?

Inspiratie:
Artikel Children Don’t Misbehave door Thomas Gordon
Artikel The Language of Love door Linda Adams

Jarik gaat meebeslissen – een kinderverhaal

Jarik ligt in zijn bed. Het is niet helemaal donker, het schemerlampje brandt zacht. Het is stil in huis. Maar Jarik kan de slaap niet vatten. Hij denkt steeds weer aan wat papa en mama hem vanavond hebben verteld. Stel je eens voor… Zou het echt waar zijn?

Jariks vader en moeder vertelden hem over een cursus waarin ze willen leren hoe kinderen mee kunnen beslissen in hun gezin. Ze willen stoppen met ‘macht gebruiken’, zeiden ze. “Wat betekent dat eigenlijk, macht gebruiken?” had Jarik gevraagd. “Het betekent zoiets als: de baas spelen om je zin te krijgen”, legde zijn moeder uit. “Wij willen nu niet meer de baas spelen, wij willen graag samen met jou en je broer beslissingen nemen. Dat betekent dat we in plaats van de regels van papa en mij, nu samen met jullie afspraken maken waar jullie het ook mee eens zijn.”

Jarik voelt zich blij, zou dat echt waar zijn? Dan twijfelt hij, zijn vader en moeder hebben al zo vaak dingen gezegd en beloofd. Alleen zodat zijn broer en hij deden wat zíj wilden. Dat had hij heus wel door…

Of zou het toch waar zijn..? Want hij zag zijn moeder lezen in een boek, ‘Luisteren naar Kinderen’, stond er op de kaft. En toen hij zijn moeder gisteren vertelde over de ruzie met Frans, zijn klasgenootje, deed ze opeens anders dan anders. Meestal als hij zoiets vertelt, zegt zijn moeder dat hij beter zus of zo kan gaan doen. Ze bedenkt dan allerlei oplossingen voor hem, en dat vindt hij helemaal niet leuk, dan stopt hij maar met praten. Maar nu was het anders. Het leek wel of zijn moeder echt wilde begrijpen waar het hem om ging en hoe hij zich voelde. Ze vroeg af en toe of ze hem goed had begrepen. Dat was zó fijn. Ineens wilde hij haar nog wel veel meer vertellen. En daarna ging het weer precies zo, ze luisterde weer heel goed naar wat hij vertelde. En toen hij gister om half 8 nog niet naar bed wilde, vroeg mama of hij misschien nog even wilde spelen. Ja, dat wilde hij graag. “Wat denk je Jarik, is 8 uur een goede tijd voor jou, dan heb je nog een half uur? En het lijkt mij fijn dat ik daarna nog een poosje met papa samen kan zijn voor ik zelf naar bed ga.” Ja, dat leek hem wel een goed plan, dan kon hij mooi zijn puzzel nog afmaken. Sjonge, zou het toch waar zijn..?

Jarik0006
Tekening door S. en F.

“Weet je nog dat ik jullie dat verhaal voorlas over Aletta Jacobs?” had papa gevraagd. Oh ja, die mevrouw die het belangrijk vond dat ook vrouwen beroepen kunnen kiezen die zij graag willen. En die er samen met anderen voor heeft gezorgd dat ook vrouwen kunnen stemmen op mensen die dan in de regering komen. Zo kunnen zij ook meebeslissen over wat er in ons land gebeurt. Eerder mochten alleen mannen stemmen, stel je voor zeg! Ja, dat verhaal herinnert Jarik zich nog wel. “Zoals mevrouw Jacobs zich heeft ingezet voor vrouwen, heeft Thomas Gordon zich voor ouders met kinderen en nog veel meer mensen ingezet” ging zijn vader verder. “In veel gezinnen en op scholen is het heel gewoon om kinderen te straffen en te belonen. Thomas Gordon was het daar niet mee eens; als mannen of vrouwen straf krijgen van anderen in het gezin, vinden veel mensen dat niet kunnen. Maar voor veel mensen is het wel heel gewoon dat kinderen straf krijgen. Kinderen zijn ook mensen, vond hij, en zó doe je gewoon niet met mensen. Thomas Gordon vond het logisch dat wanneer kinderen straffen en beloningen krijgen, ze dan bijvoorbeeld kunnen gaan liegen, klikken, spieken, slijmen, slaan en nog veel meer; ze willen zichzelf dan verdedigen of beschermen. Thomas Gordon wilde ouders en juffen en meesters graag helpen dat allemaal te veranderen, want op die manier is het voor niemand fijn. Hij vond het belangrijk dat kinderen de kans krijgen zoveel mogelijk zelf beslissingen te nemen, daar leren ze het meest van. Ze leren zichzelf dan goed kennen, en ik kan je vertellen; dat heb je wel nodig als je groot bent. Ze doen dan dingen omdat zij die zelf belangrijk vinden, niet omdat iemand anders die opdraagt of om aardig gevonden te worden.
Thomas Gordon heeft boeken geschreven en een training ontworpen. Veel ouders en leerkrachten in de wereld hebben deze training al gevolgd. Zij weten nu hoe ze samen oplossingen kunnen maken waarmee iedereen tevreden is: hoe ze beter kunnen samenleven en samenwerken. Mama en ik willen dat ook onder de knie krijgen en dat wilden we jullie vanavond vertellen.”

Jarik mijmert er nog over door. Het duizelt hem. Hij heeft niet alles begrepen wat papa en mama hebben verteld, maar veel wel. Hij voelt zich zo veel dichter bij papa en mama, en dat hij belangrijk is en erbij hoort. Er komt een glimlach op zijn gezicht. Dat hij mag meebeslissen, ja, dát wil hij. Hij voelt zich vaak zo boos als zijn vader hem naar zijn kamer stuurt. Of als hij geen zakgeld krijgt als hij iets gedaan heeft wat niet mag van zijn vader. Of als zijn moeder beslist hoeveel eten hij van zijn bord moet opeten. Ook zelfs als hij helemaal geen zin in eten heeft of het eten niet lust! Als hij alleen een toetje van mama mag als hij dingen doet die zij wil… Dat maakt hem zo boos en hij weet niet hoe hij het kan veranderen! Zou dat nu écht gaan veranderen..?

Jariks ogen worden zwaar, bijna valt hij in slaap. Morgen gaat hij er eens met zijn broer over praten, wat zou die ervan denken?

Thomas Gordon won 3 keer bijna de Nobelprijs voor de Vrede. Dat is een prijs die mensen kunnen winnen die iets belangrijks voor de wereld hebben gedaan. Ik vind het jammer dat Thomas Gordon de prijs uiteindelijk niet heeft gekregen, want misschien hadden door zo’n prijs dan nog meer mensen zijn werk leren kennen. Voor mij is Thomas Gordon een echte held, want het leven van Jarik en van veel andere kinderen en hun ouders is toen zoveel fijner geworden! Veel meer ouders en kinderen kunnen daardoor nu beter met elkaar opschieten. Thomas Gordon heeft zijn werk gelukkig niet gedaan om een prijs te verdienen. Dat grote mensen en kinderen samen gelukkiger kunnen zijn, ik geloof dat dát de echte prijs voor hem was. Ik ben blij dat er vaders en moeders, juffen en meesters zijn die, net als Thomas Gordon, zonder macht te gebruiken, met respect, met elkaar omgaan. Ik vind dat deze mensen echt iets veranderen in de wereld. Voor mij zijn ook zij echte helden! Wie vind jij een echte held?

Inspiratie:
Luisteren naar Kinderen door Thomas Gordon
Helden! door Janny van der Molen

 

Opvoeden tot zelfdiscipline

Dit artikel bestaat uit een aantal uittreksels van hoofdstukken van het boek ‘Opvoeden tot zelfdiscipline’ van Thomas Gordon. In het Nederlands is dit boek momenteel niet verkrijgbaar. Het Engelse boek is wel te koop en heet Teaching Children Self Discipline At Home and At School.

HOOFDSTUK 1

Begrippen en betekenissen
In dit eerste hoofdstuk definiëert Thomas Gordon een aantal begrippen en verheldert hij betekenissen. Aan bod komen het werkwoord disciplineren en het zelfstandig naamwoord discipline. Gordon vertelt iets over grenzen, over streng of soepel opvoeden en over 4 vormen van autoriteit/gezag.

Het werkwoord disciplineren
De eerst betekenis van het werkwoord disciplineren heeft te maken met begeleiden, onderwijzen en informeren: hier is men erop gericht kinderen te beïnvloeden.
De tweede betekenis van het werkwoord disciplineren gaat over kinderen bedwingen, beperken, straffen, controleren, overheersen, regeren: dit is een poging kinderen onder de duim te houden.

“Men krijgt meer invloed op jonge mensen als men het gebruiken van zijn macht om te overheersen opgeeft.” ~ T.G.

Het zelfstandig naamwoord discipline
Er zijn 2 soorten discipline te onderscheiden: door anderen opgelegde discipline en er is zelfdiscipline. Discipline kan dus van buitenaf toegediend worden, worden opgelegd door anderen, óf komt vanuit de persoon zelf, van binnenuit. Jongeren met zelfdiscipline zijn altijd diegenen, die een grote mate van persoonlijke vrijheid hebben gekregen. Dit komt omdat deze kinderen de kans is gegeven heel veel eigen keuzes te maken en beslissingen te nemen.

Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. Dit gezegde ken jij vast. Wat denk jij, is hier sprake van zelfdiscipline? Of zou dit een verschijnsel zijn wat zich voordoet bij het wegvallen van opgelegde discipline? 

Grenzen
Dat kinderen grenzen nodig hebben en die grenzen ook willen, is een gevaarlijke halve waarheid, zo legt Thomas Gordon uit. Er is een wereld van verschil tussen de manier waarop jongeren reageren op grenzen die door volwassenen zijn opgesteld, en de manier waarop zij reageren op grenzen waar zij zelf invloed op mochten hebben. In het boek hoopt dr. Gordon de lezer ervan te overtuigen dat het disciplineren van kinderen geen gedisciplineerde kinderen tot gevolg heeft en hij levert daarvoor verderop in het boek de bewijzen.

Streng of soepel opvoeden?
Voor veel ouders en leerkrachten is dit dé vraag waarmee zij worstelen: moet ik streng of soepel zijn? Thomas Gordon noemt dit een pseudo-begrip, dat wil zeggen, een schijnbegrip. Het is een vorm van of-of denken. Er is een uitvoerbaar en effectief alternatief.

4 vormen van autoriteit/gezag
1. Gezag-D
. De eerste vorm van gezag/autoriteit heeft betrekking op iemands deskundigheid, zijn of haar kennis, ervaring, opleiding, vaardigheden of wijsheid. Gordon noemt het voorbeeld dat hij zich laat beïnvloeden door zijn vrouw en dochter, wanneer ze hem erop wijzen dat hij geen goede kledingcombinatie heeft gekozen.
2. Gezag-B. De tweede vorm van gezag/autoriteit heeft betrekking op iemands beroep, titel of positie. Een voorzitter van een commissie heeft het gezag gekregen vergaderingen te openen en te sluiten.
3. Gezag-C. Deze derde vorm van gezag/autoriteit heeft betrekking op informele contracten. Hier kun je denken aan afspraken zoals eerst even kloppen voor je elkaars slaapkamer binnenkomt, of even opbellen als je later komt.
4. Gezag-M. De vierde vorm is gezag op basis van macht, autoritair gezag. Deze vorm van gezag gaat over onder controle houden, domineren, dwingen. Bij dit soort gezag worden beloningen en straffen ingezet. In de andere hoofdstukken in het boek worden de schadelijke effecten van gezag-M uitgelegd.

Tekening door Sara, 18-6-16
Tekening door Sara, 18-6-16

Misverstanden uit de wereld 
Kinderen hebben respect en waardering voor gezag-D en zoeken volwassenen op voor raad en deskundigheid. Gezag B levert ook geen problemen op. Kinderen begrijpen waarom bijvoorbeeld een autogordel om moet. Respecteren kinderen gezag-M? Thomas Gordon gelooft niet dat ze dat ooit doen. Het verschil tussen de eerste 3 vormen van gezag en gezag-M is het verschil tussen invloed en macht, een wezenlijk verschil. Thomas Gordon stelt de vraag of op macht gebaseerde discipline voor de eigen bestwil is van het kind, dat wil zeggen, wordt het door het kind zo gevoeld dat het in zijn of haar belang is? Zijn antwoord daarop is eenvoudig: “Zelden of nooit!”

HOOFDSTUK 2

Waarom macht?
Thomas Gordon beschrijft waarom mensen gezag-M, autoritair gezag, gebruiken. Mensen die dit soort macht gebruiken hopen dat de ander zal doen wat zij willen, gehoorzaam zal zijn. Ze gaan in een positie staan waar ze de baas spelen over anderen en hen dwingen. Hij of zij die macht gebruikt, bepaalt de doelen. Dr. Gordon merkt op dat de intentie hierbij goed kan zijn, deze doelen kunnen het kind ten goede komen. Hiermee verdedigen deze mensen hun handelen: “Het is voor je eigen bestwil, later ben je me dankbaar.” Mensen die macht gebruiken denken dat zij weten wat het beste is voor de ander, omdat ze ouder zijn, wijzer, ervaren, opgeleid en ga zo maar door. Sommigen praten gebruik van macht goed vanuit hun geloof: “De Bijbel leert het, en ik geloof het.” Het komt ook voor dat mensen beweren macht te gebruiken om de ander te helpen, hoewel het dan om hun eigen behoefte gaat. Denk aan een leerkracht die een kind de klas uit stuurt omdat dit kind haar behoefte aan les geven dwarsboomt.

“Zelden komt het voor dat een jongere gebruik van macht ziet als in zijn of haar eigen belang” ~ Thomas Gordon

Hoe komen opvoeders aan macht?
Beloningen en straffen zijn de bronnen van mensen die macht gebruiken. Opvoeders hebben middelen waarmee ze behoeften van kinderen kunnen vervullen én onthouden. Met belonen werkt dat bijvoorbeeld zo: als mijn dochter erg graag een nieuwe trui wil, kan ik haar beloven dat ze die krijgt als ze een week lang elke dag haar kamer opruimt. Dit is macht gebruiken door iets te beloven dat haar behoefte vervult. Een andere bron is het kind te weigeren waaraan hij of zij behoefte heeft, hem of haar pijn te doen of ongemak te bezorgen: het kind straffen. Als ik bijvoorbeeld wil dat mijn zoontje zijn groenten opeet, kan ik dreigen met: “Je blijft aan tafel zitten tot het op is en je krijgt geen toetje.” Hoe jonger kinderen zijn, hoe meer middelen volwassenen hebben om hen te belonen en te straffen. Misschien herinner jij je dit uit je kinderjaren?
Playmobiel foto gezinHoe belonen werkt
Er zijn 3 voorwaarden nodig, willen beloningen werken: 1. Het kind moet iets heel graag willen of nodig hebben om dat te doen wat de volwassene graag wil. 2. De beloning moet door het kind gezien worden als mogelijke vervulling van een behoefte. 3. Het kind moet voor de beloning afhankelijk zijn van de volwassene, zelf niet in staat zijn of haar behoefte te vervullen. Er zijn 2 manieren om beloningen te gebruiken: je kunt vooraf een beloning beloven en achteraf een beloning geven. Bij vooraf beloven gaat dat bijvoorbeeld zo: “Als je nu naar bed gaat, lees ik een verhaaltje voor.” Je kunt ook wachten tot het kind gewenst gedrag laat zien en dan de beloning geven. Bijvoorbeeld: een leerkracht wil dat een kind stopt met van z’n plaats komen. Als hij ziet dat het kind op zijn plaats blijft, glimlacht hij en zegt: “Goed gedaan hoor, dat je zo netjes blijft zitten!” Er zijn heel wat termen voor het gebruiken van belonen: positief bekrachtigen, gedragsvorming, operante conditionering, gedragsbesturing etc. Belonen is een heel complexe methode die veel tijd kost, het vereist een hoog niveau van technische kennis over het correct toepassen ervan.

Beloningen klinken positief en kunnen succes hebben, maar: gedragscontrole d.m.v. belonen roept ongunstige effecten op bij kinderen. Deze effecten worden door de meeste ouders en leerkrachten als zeer ongewenst ervaren.

Hoe straffen werkt
Ook hier zijn weer 3 voorwaarden nodig, wil straf werken: 1. Straf moet door het kind als schadelijk/kwetsend, ongewenst worden ervaren, het moet niet stroken met zijn of haar behoeften. 2. De straf moet zó nadelig zijn voor het kind dat hij of zij het ongewenste gedrag opgeeft. 3. Het kind moet niet kunnen ontsnappen aan de situatie waarin het gestraft wordt, of het moet afhankelijk zijn van de volwassene voor zijn behoeften en daardoor gevangen zitten in de relatie. Straffen is op 2 manieren te gebruiken: je kunt er vooraf mee dreigen, of straf geven als gevolg van gedrag. Met dreigen gaat dat bijvoorbeeld zo: “Als je hier niet onmiddelijk mee ophoudt krijg je een pak slaag.” Als het achteraf wordt gegeven kan het zo gaan: “Je bent naar het park gegaan met je fiets en ik had gezegd dat het niet mocht, dus gaat de fiets nu een week achter slot en grendel.” Ook bij straffen zien we weer allerlei andere benamingen: disciplineren, gedragsmodificatie, vermijdingstraining, gedragsbesturing, enzovoort. Wil straffen het effect hebben dat de volwassene voor ogen heeft, zijn er ook weer complexe voorwaarden nodig die deze methode even moeilijk maken als belonen.

Ook bij straffen zien we ernstige verschijselen waarvan de belangrijkste zijn dat het kind lichamelijk en geestelijk wordt gekwetst en de relatie tussen volwassene en kind wordt geschaad.

Tot het niet meer werkt
Belonen en straffen is een kwestie van behoeftenvervulling en behoeftenonthouding die door de volwassene wordt geregeld. De volwassene is de baas en de relatie ongelijkwaardig. Als kinderen groter worden en in hun eigen behoeften kunnen voorzien, verliezen veel ouders een groot deel van deze macht. In gezinnen zien we tieners die in verzet komen tegen macht. Ouders vragen zich verbijsterd af hoe ze de controle over hun kind zijn kwijtgeraakt. Thomas Gordon merkt op dat relaties die zijn gebaseerd op macht, heel onstabiel zijn, omdat ze juist díe reacties voeden die deze macht uithollen.

“Je kunt alleen macht over anderen gebruiken, als je hen afhankelijk van je houdt, bang, en niet in staat aan de relatie te ontsnappen.” ~ Thomas Gordon

Wat zeggen opvoeddeskundigen?
De meeste opvoedings- en onderwijsboeken en trainingsprogramma’s moedigen het gebruik van beloningen, inclusief prijzen, aan. Ook straffen worden goedgekeurd.* Een andere groep leert ouders ‘natuurlijke’ of ‘logische’ gevolgen te gebruiken. Thomas Gordon beschrijft een voorbeeld waarin een kind na het avondeten thuiskomt. Voorstanders van ‘logische gevolgen’ zouden het kind dan zonder eten naar bed kunnen laten gaan. Maar Thomas Gordon ziet dit als straf; een écht logisch gevolg zou zijn dat het eten koud is geworden en moet worden opgewarmd. Thomas Gordon heeft ervoor gekozen deze ‘logische gevolgen’ geen plaats te geven in het Gordon® model.

Tegenstrijdig 
Straffen werkt alleen als de straf pijnlijk is voor een kind en vaak wordt gegeven, zo blijkt uit onderzoek. Hoe tegenstrijdig is het wanneer opvoeddeskundigen vertellen dat opvoeders die straf mild moeten maken en er spaarzaam mee te zijn? Ook wordt ouders het advies gegeven niet te straffen als ze boos zijn. Maar dit idee staat ook haaks op onderzoeksresultaten, die laten zien dat straf, wil het effectief zijn, direct moet volgen op het onaanvaardbare gedrag en streng moet zijn.

Externe en interne controle
Ouders en leerkrachten die belonen controleren daarmee het uiterlijke gedrag van kinderen. Opvoeders die kinderen stimuleren zelf hun eigen plezierige gevolgen te vinden (intrinsieke beloningen), helpen hun kinderen innerlijke controle te ontwikkelen. Op dezelfde manier gebruiken ouders en leerkrachten die straffen, externe beheersing. Dit is het tegenovergestelde van innerlijke beheersing of zelfdiscipline. Dr. Gordon betreurt het dat we in onze maatschappij zó weinig doen om zelfdiscipline te bevorderen.

*Opvoedprogramma’s in Nederland in 2016 adviseren voor zover ik weet alleen niet-lichamelijke straffen te gebruiken, vaak worden daarvoor andere termen gebruikt, bijvoorbeeld ‘disciplineren’.

Regels en afspraken

Stel je voor, je wilt een afspraak maken om je haar te laten knippen. Je belt de kapsalon, zegt hoe laat je komt, en legt de hoorn weer neer. Weet je zeker dat je nu een afspraak hebt? En, denk je dat de kapper zich gemotiveerd voelt om deze ‘afspraak’ te accepteren?

Oké, ik begin even opnieuw, want zo doe je dat waarschijnlijk niet…

Stel je voor, je wilt een afspraak maken om je haar te laten knippen. Je belt de kapsalon, vraagt of je kunt komen op een bepaald tijdstip en de kapper of kapster kijkt of er ruimte is. Als er geen ruimte is op dat moment, overleggen jullie over een ander tijdstip, dat jullie beiden past. Als jullie het eens zijn, schrijft h/zij de afspraak in de agenda en ziet jouw komst tegemoet. Nu hebben jullie een afspraak.

In dit artikel wil ik schrijven over regels en afspraken en wat ze voor mij inhouden.
Ik las in het boek
 Teaching Children Self Discipline van Thomas Gordon dat de kans bestaat dat in een Gordon® gezin meer regels gelden dan in andere gezinnen. Dit intrigeerde mij, temeer omdat opvoeden met de Gordon® Methode nogal eens wordt verward met een zogenaamde vrije opvoeding.
Ik kijk eens naar mijn eigen situatie. We hebben inderdaad een behoorlijk aantal regels. Soms schrijven we ze op en hangen ze aan de koelkast, als een regel erg belangrijk is voor mij of mijn dochter. Een greep uit onze regels, die gebaseerd zijn op onze behoeften:

  • Als mijn dochter zich verkleedt, legt ze de kleren die ze uitdoet op een stoel, zodat ik ze gemakkelijk kan opruimen.
  • Op woensdag beslist mijn dochter wat wij eten, zij wil ook graag kiezen.
  • Als we pizza eten, eten wij op de bank. Tijdens de overige maaltijden zitten we samen aan tafel, ze vindt eten op de bank gezellig en ik vind het belangrijk aan tafel te eten.
  • Dochterlief krijgt eens per week een zakje snoep, in eigen beheer. Ze lust graag snoep en ik voel me er verantwoordelijk voor gezonde voeding aan te bieden én ik wil geen politie-agentje spelen.
  • Speelgoed door het huis is oké, vrij spelen is hoogst noodzakelijk voor de ontwikkeling van kinderen. Als ik ga koken, aan het eind van de dag, ruimt mijn dochter het speelgoed op, zo nodig help ik haar.
  • Mijn slaapkamer is privé. Het voelt voor mij oké als mijn dochter daar wil komen en spelen, behalve als er vriendjes zijn.
  • Skeeleren in huis kan op de slaapkamer van mijn dochter op het geluidsdempende zeil, ik wil in harmonie leven met onze buren en mijn dochter vindt het soms gewoon erg leuk om ze in het huis aan te trekken.
    Behoeften - GrokIk kan nog wel even doorgaan, er zijn nog veel meer regels bij ons thuis. Mijn dochter en ik hebben er soms weinig, soms wat meer tijd voor nodig gehad om ze te verzinnen, te kiezen en af te spreken. Dat deden we dan nadat we onze gevoelens/behoeften helder hadden, we goed naar elkaar hadden geluisterd. En van tijd tot tijd evalueren we of de regels ons allebei nog bevallen.

Maar hoe fijn deze regels ook voor ons zijn en hoezeer ze ons ook helpen; voor jou zijn ze waarschijnlijk niet zo interessant. De kans is klein dat ze in jouw gezin zullen bijdragen. Deze oplossingen zijn namelijk voor en door ons bedacht, naar aanleiding van ónze specifieke situatie en behoeften. Elk mens en elke groep is anders. Afspraken maken is en blijft maatwerk.

In een Gordon® training worden geen oplossingen aangedragen voor jouw gezin. Je maakt je wel de methodiek van de overlegmethode eigen. Hiermee leer je hoe jij samen met je gezinsleden maatwerk kunt realiseren in jouw gezin. Je leert zó afspraken maken dat iedereen tevreden is, en daarmee gemotiveerd om zich aan de afspraken te houden. 

Hoewel er veel regels kunnen zijn in een Gordon® familie, is hét grote kenmerk voor mij dat alle partijen hebben kunnen meepraten en -besluiten. Deze regels zijn samen gemaakt, iedereen mocht invloed hebben. Ik spreek daarom liever over afspraken of oplossingen. Bij een afspraak overleg je immers eerst met elkaar, denk maar aan de afspraak bij de kapper. Als beide partijen het eens zijn, ergens voor kiezen, dán heb je samen een afspraak.
Bij afspraken maken gaat het voor mij over luisteren naar elkaar, respect en begrip tonen voor elkaars behoeften, over wederzijdse instemming, over gelijkwaardigheid. Het gaat over… gewoon rekening houden met elkaar.

Ik nodig je uit eens te kijken naar jouw manier. Hoe ga jij om met het maken van afspraken in jouw gezin? Draagt het bij voor jou? Waarom wel of niet..? Zijn je kinderen gemotiveerd zich aan de regels te houden?

Bronnen:
Teaching Children Self Discipline
De kaartjes op de foto komen uit het Grokspel, een kaarspel dat woorden geeft aan gevoelens en behoeften, gebaseerd op Geweldloos Communiceren. Geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar.